ECLI:NL:GHLEE:2003:AL7312
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Dijkstra
- Poelman
- Van Dijk
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-ontvankelijkheid bij termijnoverschrijding in hoger beroep tegen bestuursdwangbevel
De betrokkene stelde hoger beroep in tegen een beschikking van de kantonrechter die haar verzet tegen een dwangbevel niet-ontvankelijk verklaarde wegens termijnoverschrijding. Het hof onderzocht of de wettelijke termijnen uit de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) en de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van toepassing zijn en of verschoonbaarheid mogelijk is.
Het hof oordeelde dat de artikelen 6:9 en 6:11 Awb niet van toepassing zijn op procedures volgens art. 26 en Pro 26a WAHV, waardoor verschoonbaarheid van termijnoverschrijding in principe niet mogelijk is. Alleen in uitzonderlijke omstandigheden kan hiervan worden afgeweken. In het concrete geval was de verzending van de beschikking vlak voor kerst, en de betrokkene ontving deze vermoedelijk pas op 31 december. Het beroepschrift was op 3 januari gepost maar pas op 10 januari ontvangen door het parket, wat het hof als een omstandigheid van uitzonderlijke aard beschouwde.
Daarom werd het hoger beroep van de betrokkene alsnog ontvankelijk verklaard. Ten aanzien van het verzet tegen het dwangbevel stelde het hof vast dat dit niet tijdig was ingediend binnen de wettelijke termijn na betekening, en dat de omstandigheden van de betrokkene (ziekenhuisopname directeur) geen uitzonderlijke aard hadden die niet-ontvankelijkheid zou kunnen voorkomen.
Het hof bevestigde daarom de beschikking van de kantonrechter dat het verzet niet-ontvankelijk is verklaard, met verbetering van de gronden.
Uitkomst: De niet-ontvankelijkverklaring van het verzet wordt bevestigd, maar het hoger beroep wordt ontvankelijk verklaard vanwege bijzondere omstandigheden.