ECLI:NL:GHLEE:2003:AL7459
Gerechtshof Leeuwarden
- Proceskostenveroordeling
- Dijkstra
- Van Dijk
- Weenink
- Rechtspraak.nl
Vernietiging sanctie wegens onjuiste oplegging aan bestuurder zonder staandehouding
De betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens het rijden met een motorrijtuig waarvan het keuringsbewijs was verlopen. De sanctie werd opgelegd aan de bestuurder, terwijl de constatering van de overtreding plaatsvond zonder staandehouding en de bestuurder zich pas de dag erna meldde bij de politie.
De betrokkene voerde aan dat geen cautie was gegeven, de sanctie aan de verkeerde persoon was opgelegd en dat de hoorplicht was geschonden. Het hof oordeelde dat de verbalisant niet verplicht was cautie te geven en dat de hoorplicht niet was geschonden omdat de kantonrechter de zaak opnieuw had beoordeeld met aanwezigheid van de gemachtigde.
Het hof stelde vast dat de sanctie volgens de wet aan de kentekenhouder had moeten worden opgelegd omdat de identiteit van de bestuurder niet aanstonds was vastgesteld. Ook was er geen sprake van rijden op de weg op het moment van melding. Daarom werd de beslissing van de kantonrechter vernietigd en het beroep gegrond verklaard.
De advocaat-generaal werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de betrokkene, begroot op €483. Tevens werd het door de betrokkene gestelde bedrag van €81,68 gerestitueerd. Het arrest werd gewezen door de rechters Dijkstra, Van Dijk en Weenink.
Uitkomst: De administratieve sanctie is ten onrechte aan de bestuurder opgelegd zonder staandehouding, waardoor de beslissing van de kantonrechter wordt vernietigd en het beroep gegrond verklaard.