ECLI:NL:GHLEE:2003:AL8338
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Wedzinga
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs economische delict Jachtwet en Flora- en faunawet
Het gerechtshof Leeuwarden behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de kantonrechter te Groningen, waarbij verdachte was veroordeeld voor overtredingen van de Jachtwet en Flora- en faunawet. Tijdens de procedure werd artikel 22, vierde lid, van de Jachtwet vervangen door artikel 9 van Pro de Flora- en faunawet, waardoor het delict de status van economisch delict kreeg volgens de Wet op de Economische Delicten.
Het hof oordeelde dat het toepasselijke procesrecht op het moment van handelen van verdachte bepalend is voor de rechterlijke bevoegdheid, waardoor de enkelvoudige strafkamer bevoegd was. Na beoordeling van het bewijs achtte het hof het ten laste gelegde niet bewezen en sprak verdachte vrij.
De officier van justitie had het hoger beroep beperkt ingesteld, waardoor het hof zich alleen over het eerste ten laste gelegde punt boog. Het arrest werd gewezen door mr. Wedzinga, waarbij het vonnis van de kantonrechter werd vernietigd en verdachte werd vrijgesproken van het onder 1 ten laste gelegde feit.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van het ten laste gelegde economische delict wegens onvoldoende bewijs.