ECLI:NL:GHLEE:2003:AM1900

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
1 oktober 2003
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
WAHV 03-00648
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Dijkstra
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:6 AwbArt. 6 EVRMArt. 9, tweede lid, WAHVArt. 11, derde lid, WAHVArt. 14 WAHV
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling hoger beroep tegen beslissing kantonrechter inzake administratieve sanctie WAHV

De betrokkene was in beroep gegaan tegen een beslissing van de kantonrechter inzake een administratieve sanctie opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV). De kantonrechter had het beroep ongegrond verklaard. Het hoger beroep werd ingesteld door de gemachtigde van de betrokkene.

Het hof beoordeelde dat het opgelegde bedrag van €40 onder de drempel van €70 lag, waardoor het hoger beroep niet-ontvankelijk moest worden verklaard op grond van artikel 14 WAHV Pro. De betrokkene voerde aan dat de kantonrechter artikel 6 EVRM Pro en artikel 6:6 Awb Pro had geschonden door hem niet toe te staan aanvullende beroepsgronden in te dienen.

Het hof oordeelde echter dat het beroepschrift reeds gronden bevatte en dat geen rechtsregel voorschrijft dat een partij die deugdelijk is opgeroepen en niet verschijnt alsnog aanvullende gronden mag indienen. Ook is het rechtmatig dat de rechter ambtshalve onderzoekt of de beschikking op grond van artikel 9, tweede lid, WAHV vernietigd moet worden. Het beroep werd daarom verworpen en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het beroep verworpen wegens een sanctie lager dan €70.

Uitspraak

WAHV 03/00648
1 oktober 2003
CJIB 29052871465
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank te Leeuwarden
van 23 mei 2003
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [woonplaats]
voor wie als gemachtigde optreedt mr.drs. M.J.G. Schroeder, wonende te Rotterdam.
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Leeuwarden ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
De gemachtigde van de betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.
De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
3. Beoordeling
3.1. Ingevolge het bepaalde in artikel 14 WAHV Pro kan tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep bij het gerechtshof te Leeuwarden worden ingesteld, indien de opgelegde administratieve sanctie bij die beslissing meer bedraagt dan Euro€ 70,--, of indien de betrokkene niet-ontvankelijk is verklaard wegens het niet of niet tijdig stellen van zekerheid als bedoeld in art. 11, derde lid, WAHV. De aan de betrokkene opgelegde sanctie bedraagt €Euro 40,--. Op grond van het bovenstaande dient de betrokkene niet-ontvankelijk te worden verklaard in het hoger beroep.
3.2. Namens de betrokkene is onder meer aangevoerd, dat hij desondanks in het hoger beroep dient te worden ontvangen, omdat de behandelend kantonrechter art. 6 EVRM Pro zou hebben geschonden omdat hij de betrokkene op de voet van art. 6:6 van Pro de Awb in de gelegenheid had moeten stellen inhoudelijke beroepsgronden aan te voeren.
3.3. Het hof is van oordeel dat, wanneer een beroep wordt gedaan op schending van zo fundamentele beginselen van behoorlijke rechtspleging dat geen sprake is van een eerlijke en onpartijdige behandeling en dit beroep gegrond moet worden geacht, doorbreking van het appelverbod van art. 14, eerste lid , WAHV gewettigd is.
3.4. Het verweer kan echter niet slagen, nu het beroepschrift gronden bevatte en derhalve de omstandigheid waarop art. 6:6 Awb Pro in dit verband doelt, niet aan de orde was. Geen rechtsregel schrijft de rechter voor de (gemachtigde van de) betrokkene , die deugdelijk is opgeroepen voor de zitting en niet is verschenen alsnog in de gelegenheid te stellen aanvullende gronden in te dienen. Ook handelt hij niet in strijd met enige rechtsregel, door ambtshalve na te gaan of de inleidende beschikking op een van de in art. 9 tweede Pro lid, WAHV genoemde gronden zou dienen te worden vernietigd.
3.5. Hetgeen namens de betrokkene voorts is aangevoerd behoeft geen bespreking, omdat dit niet voldoet aan hetgeen hierboven in overweging 3.3. is aangegeven.
3.6. Voor een vergoeding van proceskosten is geen aanleiding.
4. De beslissing
Het gerechtshof:
verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door mr. Dijkstra, in tegenwoordigheid van Meester als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.