ECLI:NL:GHLEE:2003:AN4694

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
8 oktober 2003
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
WAHV 03/00681
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Dijkstra
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 67 RVV 1990Art. 8 BABW
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging administratieve sanctie wegens snelheidsovertreding ondanks onderbord 'bij nat wegdek'

Het Gerechtshof Leeuwarden behandelde het hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter te Zwolle, die een administratieve sanctie van €104,- oplegde aan de betrokkene wegens het overschrijden van de maximumsnelheid van 90 km/u op de A6 bij Dronten op 15 maart 2002.

De betrokkene voerde aan dat de snelheidsbeperking niet gold omdat op dezelfde paal een waarschuwingsbord 'slipgevaar' met een onderbord 'bij nat wegdek' was aangebracht, en het droog weer was. Het hof oordeelde dat noch het RVV 1990, noch enige andere regeling de werkingssfeer van een gebods- of verbodsbord beperkt door een boven het bord geplaatst bord of samenstel van borden.

Het onderbord 'bij nat wegdek' kan slechts betrekking hebben op het waarschuwingsbord 'slipgevaar' en niet op het snelheidsbord. Ook de plaatsingsvoorschriften van verkeersborden maken geen verband tussen de verschillende borden op een paal verplicht. De onjuiste interpretatie van de betrokkene is niet verontschuldigbaar en de beslissing van de kantonrechter wordt bevestigd.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de boete van €104,- wordt bevestigd.

Uitspraak

WAHV 03/00681
8 oktober 2003
CJIB 19050085213
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank te Zwolle
van 3 juni 2003
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
gevestigd te [plaatsnaam],
voor wie als gemachtigde optreedt [gemachtigde]
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Zwolle ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
De gemachtigde van de betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene is in de gelegenheid gesteld het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
3. Beoordeling
3.1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van €Euro 104,-- opgelegd ter zake van "overschrijding van de maximumsnelheid op autosnelwegen (verkeersbord A1); meer dan 25 km/h en t/m 30 km/h", welke gedraging zou zijn verricht op 15 maart 2002 op de A6 te Dronten.
3.2. De gemachtigde van de betrokkene, die als bestuurder van het voertuig optrad, ontkent niet met een snelheid te hebben gereden van (gecorrigeerd) 117 km per uur, maar stelt, dat de op het bord A1 ter plaatse aangegeven maximumsnelheid van 90 km per uur op het tijdstip waarop hij daar reed niet gold. Hij stelt daartoe, dat op het tijdstip van de gedraging aan één paal drie borden waren bevestigd, te weten - naar het hof begrijpt - van boven naar beneden: een waarschuwingsbord "slipgevaar" (bord J20), een onderbord met de tekst "bij nat wegdek" en daaronder bord A1 "maximumsnelheid 90". Hij stelt, dat het droog weer was en dat hij derhalve in de veronderstelling verkeerde, dat de snelheidsbeperking niet van toepassing was.
3.3. Paragraaf 2 van hoofstuk III van het RVV1990 bevat nadere bepalingen met betrekking tot verkeersborden. Het in deze zaak niet toepasselijke artikel 66 RVV1990 regelt de boven verkeersborden aangegeven aanduiding "zone". Artikel 67 RVV1990 betreft de regeling van onder verkeersborden aangebrachte onderborden.
3.4. Art. 67 RVV1990 luidt:
"1. Onder verkeersborden aangebrachte onderborden kunnen inhouden:
a. een nadere uitleg van het verkeersbord;
b. ingeval op een onderbord uitsluitend symbolen voorkomen: het verkeersbord geldt slechts voor de aldus aangeduide weggebruikers of het aldus aangeduide verkeersgedrag;
c. ingeval op een onderbord het woord "uitgezonderd" in combinatie met symbolen voorkomt: het verkeersbord geldt niet voor de aldus aangeduide weggebruikers of het aldus aangeduide verkeersgedrag.
2. Indien het beoogde verkeersgedrag wordt aangegeven door middel van teksten of tekens al dan niet in combinatie met symbolen, blijkt het beoogde verkeersgedrag uit het onderbord.
3. Symbolen op onderborden hebben dezelfde betekenis als die welke in bijlage 1 zijn opgenomen."
3.5. Artkel 67 RVV1990 heeft nadere uitwerking gevonden in art. 8 van Pro het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW).
Dit artikel - voor zover hier van belang - luidt:
"Onder verkeersborden kunnen onderborden worden geplaatst. Deze onderborden kunnen:
a. een nadere uitleg van de op de verkeersborden voorkomende aanduiding inhouden;
b. bij verkeersborden die een gebod of verbod aanduiden, een beperking van de werkingssfeer van die verkeersborden inhouden.".
3.6. Ingevolge Hoofdstuk III van de Uitvoeringsvoorschriften BABW inzake verkeerstekens zijn onderborden rechthoekig en worden in wit uitgevoerd met zwarte letters, cijfers en afbeeldingen.
3.7. Noch bij of krachtens het RVV1990, noch op grond van enige andere regeling wordt de werkingssfeer van een gebods- of verbodsbord bepaald of nader geregeld door een boven dat bord geplaatst bord of samenstel van borden.
3.8. Uit een en ander volgt, dat het onderbord: "bij nat wegdek" slechts betrekking kan hebben op het daarboven aangebrachte bord "slipgevaar".
3.9. Voorts is van belang, dat in de Uitvoeringsvoorschriften BABW inzake verkeerstekens in paragraaf 2: "Algemene bepalingen ten aanzien van plaatsing van verkeersborden" onder punt 9 staat opgenomen: "Meer dan twee borden worden buiten de bebouwde kom niet naast of boven elkaar geplaatst. Borden worden gecombineerd in de volgorde van bijlage 1 van het RVV 1990, dat wil zeggen dat een bord geplaatst wordt onder een verderop in die bijlage genoemd bord." Niet wordt voorgeschreven, dat er enig verband behoort te bestaan tussen hetgeen de beide borden voorschrijven of aangeven.
3.10. Uit een en ander volgt, dat noch de tekst van het onderbord, noch de combinatie van bord J20 (met onderbord) en bord A1 grond geven voor de onjuiste veronderstelling van de gemachtigde van de betrokkene, dat de beperking van de maximumsnelheid slechts zou gelden in het geval zich bij nat wegdek het slipgevaar zou realiseren.
3.11. Het feit dat volgens de gemachtigde van de betrokkene enkele maanden later de borden op twee afzonderlijke palen zijn gemonteerd, maakt de onjuiste interpretatie van de borden niet verontschuldigbaar, nog daargelaten dat indien juist is, dat, - zoals de gemachtigde van de betrokkene in zijn brief van 22 april 2003 aangeeft -, de eerste paal zowel een waarschuwing bevat voor een slecht wegdek (bord J1) als voor een nat wegdek (kennelijk het eerder bedoelde bord
J 20) de splitsing verklaard kan worden uit eerder genoemd punt 9 van de Uitvoeringsvoorschriften BABW verkeerstekens.
3.12. De beslissing van de kantonrechter dient derhalve te worden bevestigd.
4. De beslissing
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mr. Dijkstra, in tegenwoordigheid van mr. Bijma als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.