ECLI:NL:GHLEE:2003:AN9817

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
5 december 2003
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
BK 525/02 Inkomstenbelasting/WAZ
Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
  • J. Huiskes
  • F.J.W. Drion
  • H.H.A. Fransen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 23 Algemene wet inzake rijksbelastingenArt. 8:75 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid van beroep tegen ambtshalve verminderingen inkomstenbelasting en Waz

Belanghebbende kreeg voor het jaar 1998 aanslagen inkomstenbelasting en premie Waz opgelegd, die de inspecteur ambtshalve verminderde. Belanghebbende maakte bezwaar tegen deze ambtshalve verminderingen, maar de inspecteur wees deze bezwaren af en handhaafde de verminderingen.

Belanghebbende ging in beroep bij het gerechtshof Leeuwarden. Tijdens de mondelinge behandeling op 17 september 2003 waren partijen aanwezig en werd een pleitnota overgelegd. Het hof onderzocht de ontvankelijkheid van het beroep, waarbij werd vastgesteld dat artikel 23 van Pro de Algemene wet inzake rijksbelastingen bepaalt dat bezwaarschriften tegen ambtshalve verminderingen niet-ontvankelijk zijn.

Het hof oordeelde dat de inspecteur de bezwaarschriften niet-ontvankelijk had moeten verklaren en dat het beroep gegrond was. Het hof vernietigde de bestreden uitspraak van de inspecteur en verklaarde de bezwaarschriften alsnog niet-ontvankelijk. Er werden geen proceskosten aan de inspecteur toegewezen omdat belanghebbende niet in het gelijk werd gesteld op inhoudelijk punt.

Uitkomst: Het hof verklaart het beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de inspecteur en verklaart de bezwaarschriften niet-ontvankelijk.

Uitspraak

BELASTINGKAMER GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN UITSPRAAK
Kenmerk: 525/02 5 december 2003
Uitspraak van het Gerechtshof te Leeuwar-den, tweede meervoudige belastingkamer, op het beroep van mevrouw X te Z tegen de uitspraak van het hoofd van de eenheid ondernemingen van de belastingdienst te Emmen (hierna: de inspec-teur), gedaan op de bezwaarschriften van belanghebbende tegen de aan haar door de inspecteur verleende ambtshalve verminderingen in de inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen voor het jaar 1998 en de premie Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (: Waz) voor het jaar 1998.
1. Ontstaan en loop van het geding
Aan belanghebbende werd voor het jaar 1998 met dagtekening 3 juli 2001 een aanslag in de inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen opgelegd naar een belastbaar inkomen als bedoeld in de Wet op de inkomstenbelasting 1964 (hierna te noemen: de Wet) van f 40.251,- en een aanslag in de premie Waz naar een premie-inkomen Waz van f 62.538,-. Bij ambtshalve genomen beschikkingen van 13 september 2001 heeft de inspecteur de aanslag inkomstenbelasting/premieheffing volksverzekeringen verminderd tot een aanslag naar een belastbaar inkomen van f 25.992,- en de aanslag premie Waz tot een aanslag naar een premie-inkomen van f 25.992,-.
Op de bezwaarschriften van belanghebbende, gericht tegen voormelde beschikkingen van 13 september 2001, heeft de inspecteur bij de bestreden uitspraak van 23 januari 2002 de bezwaren afgewezen en de ambtshalve verminderingen in stand gelaten.
Belanghebbende is tegen deze uitspraak in beroep gekomen bij een beroepschrift, dat op 4 maart 2002 is ingekomen en is aangevuld bij brief van 29 april 2002 (met bijlagen).
De inspecteur heeft een verweerschrift (met bijlagen) ingediend. Vervolgens heeft de mondelinge behandeling in overleg met partijen tegelijk met de zaak van belanghebbendes echtgenoot (bekend onder nummer BK 504/02) plaatsgevonden ter zitting van 17 september 2003, gehouden te Leeuwarden, alwaar aanwezig waren belanghebbende en haar echtgenoot A, de gemachtigden van belanghebbende, alsmede de inspecteur. Belanghebbende heeft ter zitting een pleitnota voorgedragen en exemplaren daarvan overgelegd aan het hof en aan de wederpartij.
Van alle genoemde (en hierna nog te noemen) stukken moet de inhoud als hier ingevoegd worden beschouwd.
2. Ontvankelijkheid beroepschrift
2.1 Artikel 23 van Pro de Algemene wet inzake rijksbelastingen geeft aan waartegen het mogelijk is om een bezwaarschrift in te dienen. Ambtshalve verminderingen horen daar niet bij.
Op de bezwaarschriften van belanghebbende heeft de inspecteur bij de bestreden uitspraak van 23 januari 2002 de bezwaren afgewezen en de ambtshalve verminderingen in stand gelaten. Gelet op het voorgaande had de inspecteur de bezwaarschriften niet-ontvankelijk moeten verklaren.
3. Proceskosten
Het gerechtshof acht geen termen aanwezig voor een veroordeling van de inspecteur in de kosten van de bezwaarfase (reeds omdat de bezwaarschriften niet-ontvankelijk waren) of in de proceskosten als bedoeld in artikel 8:75 van Pro de Awb, daar belanghebbende niet op een inhoudelijk punt in het gelijk is gesteld.
4. De beslissing
Het hof verklaart het beroep gegrond;
vernietigt de bestreden uitspraak; en
verklaart de bezwaarschriften alsnog niet-ontvankelijk.
Aldus vastgesteld op 5 december 2003 door mr. J. Huiskes, raadsheer en voorzitter, mr. F.J.W. Drion en mr. H.H.A. Fransen, raadsheren, en op die dag in het openbaar uitgesproken door voornoemde voorzitter in tegenwoordigheid van de griffier mr. J. de Jong en ondertekend door voornoemde voorzitter en door voornoemde griffier.
Op 10 december 2003 afschrift
aangetekend verzonden aan beide partijen.