ECLI:NL:GHLEE:2003:AO0707

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
12 november 2003
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
WAHV 03-00827
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Proceskostenveroordeling
Rechters
  • Dijkstra
  • Van Dijk
  • Weenink
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 13 WAHVArt. 13a WAHVArt. 14 WAHVArt. 1 Besluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen kostenveroordeling wegens kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht in bestuursstrafzaak

De betrokkene was door de kantonrechter veroordeeld tot betaling van proceskosten wegens kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht in een bestuursstrafzaak. De opgelegde sanctie bedroeg €28, wat onder de drempel van €70 ligt voor hoger beroep volgens art. 14 WAHV Pro.

De betrokkene stelde in hoger beroep dat de kostenveroordeling onterecht was. Het hof oordeelde echter dat de kantonrechter niet buiten zijn bevoegdheid was getreden en geen fundamentele beginselen van behoorlijke rechtspleging had geschonden. Hierdoor was geen reden om het appelverbod van art. 14, eerste lid, WAHV te doorbreken.

Het hof gaf de advocaat-generaal in overweging om, gelet op eerdere jurisprudentie, niet tot inning van het bedrag over te gaan. Het hoger beroep werd verworpen en de kostenveroordeling bleef in stand.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de kostenveroordeling wegens kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht blijft gehandhaafd.

Uitspraak

WAHV 03/00827
12 november 2003
CJIB 09054976050
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank te 's-Gravenhage
van 12 mei 2003
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [woonplaats]
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement 's-Gravenhage ongegrond verklaard en de betrokkene wegens misbruik (het hof leest: kennelijk onredelijk gebruik) van procesrecht veroordeeld in de kosten van de procedure tot een bedrag van Euro€ 161,-. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene is in de gelegenheid gesteld het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
3. Beoordeling
3.1. Ingevolge het bepaalde in artikel 14 WAHV Pro kan tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep bij het gerechtshof te Leeuwarden worden ingesteld, indien de opgelegde administratieve sanctie bij die beslissing meer bedraagt dan Euro€ 70,--, of indien de betrokkene niet-ontvankelijk is verklaard wegens het niet of niet tijdig stellen van zekerheid als bedoeld in art. 11, derde lid, WAHV. De aan de betrokkene opgelegde sanctie bedraagt €Euro 28,--.
3.2. Het beroep strekt ten betoge dat de betrokkene ten onrechte wegens misbruik van procesrecht in de kosten van de procedure bij de kantonrechter is veroordeeld.
3.3. De omstandigheid dat de kantonrechter naar de opvatting van de betrokkene een onjuiste beslissing heeft genomen omtrent de kostenveroordeling brengt niet mee dat de kantonrechter is getreden buiten het toepassingsgebied van art. 13 WAHV Pro dan wel dat de kantonrechter zo fundamentele beginselen van behoorlijke rechtspleging heeft geschonden dat geen sprake is van een eerlijke en onpartijdige behandeling. Voor een doorbreking van het appelverbod van art. 14, eerste lid, WAHV is derhalve geen plaats.
3.4. Voor zover de veroordeling in de kosten berust op het bepaalde in art. 1 onder Pro a van het Besluit proceskosten bestuursrecht geeft het hof de advocaat-generaal - gelet op het arrest van dit hof d.d. 2 juli 2003 (WAHV 02/1128, AB 2003/373; JB 2003/251) - in overweging niet tot inning van het bedrag over te gaan.
4. De beslissing
Het gerechtshof:
verwerpt het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door mr. Dijkstra, Van Dijk en Weenink in tegenwoordigheid van mr. Wijma als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.