ECLI:NL:GHLEE:2003:AO0770
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Dijkstra
- Poelman
- Van Dijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging sanctie ondanks ondermandatering bij beëdiging buitengewoon opsporingsambtenaar
In deze zaak stond centraal of de bevoegdheid tot het afnemen van eden, verklaringen en beloften door de Korpschef van de KLPD ondergemandateerd kon worden aan een commissaris van politie. De betrokkene voerde aan dat deze bevoegdheid niet ondermandateerbaar was en dat de mandaatgever, de procureur-generaal, niet had ingestemd met de ondermandatering aan de betrokken functionaris.
Het hof oordeelde dat noch artikel 21 van Pro het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar noch andere wettelijke bepalingen zich verzetten tegen ondermandatering van deze bevoegdheid. Tevens bleek uit stukken dat de procureur-generaal in algemene zin had ingestemd met ondermandatering aan divisiehoofden, waaronder de betrokken commissaris.
Hoewel er geen expliciete toestemming was voor de ondermandatering in deze specifieke zaak, waren de gebreken in de beëdiging niet van dien aard dat de opgelegde administratieve sanctie vernietigd moest worden. Het hof stelde vast dat de gedraging waarvoor de sanctie was opgelegd had plaatsgevonden en dat het meetinstrument correct was gebruikt.
Gezien het procesverloop en het ontbreken van verzoeken tot verdere behandeling, bevestigde het hof de beslissing van de kantonrechter en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hof bevestigt de sanctie en wijst het hoger beroep af ondanks gebreken in de ondermandatering.