ECLI:NL:GHLEE:2003:AO1581
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Dijkstra
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet-stellen zekerheid WAHV
De betrokkene had beroep ingesteld tegen een beslissing van de officier van justitie, maar stelde niet binnen de wettelijke termijn zekerheid voor betaling van de opgelegde administratieve sanctie zoals vereist in artikel 11 van Pro de WAHV. De kantonrechter verklaarde het beroep niet-ontvankelijk vanwege dit verzuim.
In hoger beroep betoogde de betrokkene onder meer dat hij geen zekerheid hoefde te stellen voordat de rechter had vastgesteld dat hij de gedraging had verricht, en dat de brieven van de officier van justitie onduidelijk waren over de gevolgen van het niet stellen van zekerheid. Het hof oordeelde dat de verplichting tot zekerheidstelling niet in strijd is met het recht op toegang tot de rechter, tenzij de betrokkene financieel niet in staat zou zijn zekerheid te stellen, wat niet was gesteld of gebleken.
Het hof stelde vast dat de betrokkene niet aannemelijk had gemaakt dat de formulering in de brieven hem had doen besluiten geen zekerheid te stellen. Ook was niet gebleken dat bankgarantie als vorm van zekerheidstelling mogelijk was volgens de WAHV. Het beroep werd daarom niet-ontvankelijk verklaard en de beslissing van de kantonrechter werd bevestigd.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig stellen van zekerheid voor betaling van de sanctie.