ECLI:NL:GHLEE:2004:AO2077
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.M. van der Meer
- F.J.W. Drion
- H.H.A. Fransen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling belastingheffing ontslaguitkering en aftrek kosten werkkamer
De belanghebbende was sinds 1991 in dienst bij een vereniging en kreeg zijn arbeidsovereenkomst ontbonden wegens een ernstig verstoorde arbeidsverhouding. Hij ontving een ontslaguitkering van ruim ƒ 91.000, een Ziektewetuitkering, een WW-uitkering en inkomsten uit niet-dienstbetrekking. De inspecteur stelde het belastbaar inkomen vast op ƒ 96.565 en legde het bijzondere tarief toe op de ontslaguitkering.
De belanghebbende stelde dat een deel van de ontslaguitkering een belastingvrije vergoeding voor immateriële schade betrof en dat hij kosten voor een werkkamer mocht aftrekken. Het hof oordeelde dat de ontslaguitkering een direct verband heeft met het dienstverband en daarom volledig belast is. De belanghebbende slaagde er niet in aannemelijk te maken dat een deel van de uitkering immateriële schade betrof.
Ook wees het hof de aftrek van kosten voor de werkkamer af omdat de belanghebbende onvoldoende aannemelijk maakte dat hij in het betreffende jaar inkomsten uit arbeid of onderneming hoofdzakelijk in die ruimte verwierf. De eerdere acceptatie van deze kosten in voorgaande jaren deed hieraan niet af. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting wordt bevestigd.