ECLI:NL:GHLEE:2004:AO2535

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
23 januari 2004
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
BK 1743/02 Parkeerbelasting
Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • Drion
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 225 GemeentewetArt. 8:75 Algemene wet bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling stilstaan auto als laden of lossen in parkeerbelastingzaak

Belanghebbende stond met zijn auto stil op het Gashoudersplein te Heerenveen, terwijl zijn echtgenote in een nabijgelegen winkel een taart kocht. Tijdens een parkeercontrole werd hij meerdere malen verzocht een parkeerkaartje te kopen, wat hij naliet, waarna een naheffingsaanslag parkeerbelasting werd opgelegd. De aanslag kon niet persoonlijk worden uitgereikt omdat belanghebbende was weggereden.

De kern van het geschil betrof de vraag of het stilstaan van de auto kon worden aangemerkt als stilstaan ten behoeve van het onmiddellijk laden of lossen van zaken zoals bedoeld in artikel 225 van Pro de Gemeentewet. Belanghebbende stelde dit te kunnen, de ambtenaar ontkende dit.

Het hof oordeelde dat het wachten op de echtgenote die een taart kocht niet kan worden beschouwd als laden of lossen van zaken. Hierdoor was de naheffingsaanslag terecht opgelegd en werd het beroep ongegrond verklaard. Er werden geen proceskosten toegewezen aan partijen.

Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag parkeerbelasting bevestigd.

Uitspraak

BELASTINGKAMER GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN UITSPRAAK
Nr. 1743/02 23 januari 2004
Uitspraak van het Gerechtshof te Leeuwar-den, tweede enkelvoudige belastingkamer, op het beroep van
X te Z (: de belanghebbende)
tegen de uitspraak van
het hoofd afdeling Financiën van de gemeente Heerenveen (: de ambtenaar),
gedaan op het bezwaarschrift van belanghebbende tegen de hem opgelegde naheffingsaan-slag parkeerbelasting.
1. Het procesverloop
1.1. Aan belanghebbende is op 12 april 2002 een in de processtukken nader omschreven naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd.
1.2. De ambtenaar heeft bij uitspraak van 14 augustus 2002 een tegen deze aanslag gericht bezwaarschrift van belanghebbende ongegrond verklaard.
1.3. Van deze uitspraak is belanghebbende bij een op 4 september 2002 bij het hof binnengekomen beroepschrift in beroep gekomen.
1.4. Het verweerschrift van de ambtenaar is op 26 november 2002 bij het hof binnengekomen.
1.5. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden ter zitting van 1 december 2003, gehouden te Leeuwarden, alwaar aanwezig waren de de gemachtigden van de heffingsambtenaar. De belanghebbende is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.
1.6. Van alle genoemde (en hierna nog te noemen) stukken moet de inhoud als hier ingevoegd worden beschouwd.
2. De feiten.
2.1. Op 12 april 2002 stond belanghebbende met zijn auto met draaiende motor stil op het Gashoudersplein te Heerenveen, alwaar tegen betaling mag worden geparkeerd. Zijn echtgenote was op dat tijdstip doende met de koop van een taart in een nabijgelegen bakkerswinkel.
2.2. Tijdens een parkeercontrole werd de belanghebbende door een parkeercontroleur aangesproken en in een tijdsbestek van tussen de 5 en 10 minuten tot driemaal toe gesommeerd een parkeerkaartje te kopen. De belanghebbende gaf hieraan geen gevolg, waarop hem een naheffingsaanslag werd opgelegd. Deze naheffingsaanslag kon niet aan de belanghebbende persoonlijk worden uitgereikt omdat de belanghebbende wegreed.
3. Het geschil.
3.1. In geschil is het antwoord op de vraag of de omstandigheid dat belanghebbende met zijn auto stilstond kan worden aangemerkt als stilstaan ten behoeve van het onmiddellijk laden of lossen van zaken als bedoeld in artikel 225 van Pro de Gemeentewet.
3.2. De belanghebbende beantwoordt deze vraag bevestigend, de ambtenaar ontkennend.
4. De ontvankelijkheid van het bezwaar.
4.1. De belanghebbende is weggereden voordat hem de naheffingsaanslag kon worden uitgereikt of aan de auto kon worden bevestigd. De aanslag is hem derhalve eerst bekend geworden bij de ontvangst van een duplicaat naheffingsaanslag. Onder die omstandigheden moet het bezwarschrift als tijdig ingediend worden aangemerkt.
5. Overwegingen omtrent het geschil.
5.1. Anders dan de belanghebbende betoogt kan uit de weergegeven feiten niet worden afgeleid dat de belanghebbende met zijn auto stilstond voor het onmiddellijk laden of lossen van zaken als bedoeld in artikel 225 van Pro de Gemeentewet. Het wachten op zijn echtgenote, die bezig was als vermeld onder 2.1, kan niet als zodanig gelden.
5.2. De naheffingsaanslag is derhalve terecht aan de belanghebbende opgelegd.
5.3. Zulks brengt met zich mee dat het beroep ongegrond is.
6. De proceskosten.
Het gerechtshof acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
7. De beslissing.
Het hof:
verklaart het beroep ongegrond;
Gedaan door mr Drion, raadsheer als voorzitter, plaatsvervangend lid van de tweede enkelvoudige belastingkamer, in tegenwoordigheid van de heer Haarsma als griffier en in het openbaar uitgesproken te Leeuwarden op 23 januari 2004 en door de voorzitter ondertekend, zijnde de griffier buiten staat deze uitspraak mede te ondertekenen.
Op 28 januari 2004 afschrift
aangetekend verzonden aan beide partijen.