ECLI:NL:GHLEE:2004:AO2540
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Drion
- Rechtspraak.nl
Geschil over terecht opgelegde naheffingsaanslagen parkeerbelasting gemeente Harlingen
Belanghebbende kreeg in juni 2002 zes naheffingsaanslagen parkeerbelasting opgelegd wegens het niet kunnen aantonen van betaling voor parkeren op de Willemshaven. Tegen deze aanslagen maakte belanghebbende bezwaar, dat door de ambtenaar ongegrond werd verklaard. Belanghebbende ging in beroep bij het gerechtshof Leeuwarden.
Het geschil betrof de vraag of de naheffingsaanslagen terecht waren opgelegd. Het hof oordeelde dat de bezwaren tegen de aanslagen van 21 en 22 juni 2002 niet ontvankelijk waren omdat het bezwaar te laat was ingediend, zonder dat sprake was van omstandigheden die het verzuim konden rechtvaardigen. Voor de overige aanslagen van 17, 18 en 19 juni 2002 was het beroep ongegrond omdat de gemeente voldoende had voldaan aan haar publicatieplicht en de parkeerzone duidelijk was aangegeven.
Belanghebbende had zich beroepen op overmacht vanwege verblijf op Terschelling, maar het hof vond dit beroep ongegrond omdat belanghebbende zelf had gekozen voor dat verblijf en daardoor niet buiten haar wil was verhinderd aan de belastingplicht te voldoen. Het hof veroordeelde de gemeente Harlingen tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan belanghebbende. Tevens vernietigde het hof de uitspraak op bezwaar tegen de naheffingsaanslagen van 21 en 22 juni 2002 in overeenstemming met het gemeentelijk beleid.
Uitkomst: Bezwaar tegen naheffingsaanslagen van 21 en 22 juni 2002 niet ontvankelijk; overige aanslagen terecht opgelegd.