ECLI:NL:GHLEE:2004:AO3431
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Van der Meer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging waardebeschikking WOZ wegens onjuiste objectafbakening
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een WOZ-waardebeschikking waarbij de waarde van zijn onroerende zaak was vastgesteld zonder de woning mee te nemen. De ambtenaar handhaafde de waarde na een hertaxatie waarin de woning wel werd betrokken. Het geschil betrof de vraag of de ambtenaar in de bezwaarfase het object mag vergroten door alsnog de woning mee te nemen.
Het hof stelde vast dat volgens artikel 16 van Pro de Wet waardering onroerende zaken de woning onderdeel uitmaakt van één onroerende zaak, maar dat de oorspronkelijke beschikking abusievelijk de woning niet betrok. Het hof volgde het arrest van de Hoge Raad (9 mei 2003) dat een dergelijke vergroting van het object in de bezwaarfase niet is toegestaan.
Daarom werd de waardebeschikking vernietigd en het beroep van belanghebbende gegrond verklaard. De ambtenaar werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het griffierecht. De zaak werd terugverwezen zonder inhoudelijke beoordeling van de waarde.
Uitkomst: De WOZ-waardebeschikking wordt vernietigd omdat de ambtenaar in de bezwaarfase ten onrechte het object vergrootte door de woning alsnog mee te nemen.