ECLI:NL:GHLEE:2004:AO4485
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- Drion
- Fransen
- Van der Meer
- Rechtspraak.nl
Heretikettering en landbouwvrijstelling bij overbrenging woningondergrond naar privévermogen
Belanghebbende, een agrariër die een boerderij met woning, ondergrond en erf had overgenomen, wenste de ondergrond en het erf van de woning per 26 juni 2000 naar privévermogen over te brengen, terwijl de woning zelf in het ondernemingsvermogen bleef. De inspecteur legde een navorderingsaanslag op omdat hij meende dat de heretikettering pas per 27 juni 2000 kon plaatsvinden en dat ondergrond en erf niet los van de woning konden worden overgebracht.
In het geding stonden vier hoofdvragen: onder welk regime de heretikettering valt, of ondergrond en erf afzonderlijk kunnen worden overgebracht, welke waardedrukfactor geldt bij voortgezette zelfbewoning, en welk regime van landbouwvrijstelling van toepassing is op het verschil tussen WEV en WEVAB.
Het hof oordeelde dat de heretikettering niet per 26 juni 2000 maar per 27 juni 2000 plaatsvindt, onder het regime van artikel 3.12 van de Wet IB 2001. De ondergrond en erf zijn onlosmakelijk verbonden met de woning en vormen één bedrijfsmiddel, zodat zij niet afzonderlijk kunnen worden overgebracht. De waardedruk werd vastgesteld op 20%. Verder is de gewijzigde landbouwvrijstelling van toepassing, die geen overgangsregeling kent zoals artikel 70 van Pro de Wet IB'64.
Gelet op deze overwegingen vernietigde het hof de navorderingsaanslag en de uitspraak van de inspecteur, wees de aanslag toe conform de primitieve aanslag, en veroordeelde de Staat tot vergoeding van griffierecht en proceskosten. Het hof bevestigde dat de wetswijziging niet in strijd is met het Eerste Protocol van het EVRM.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de navorderingsaanslag inkomstenbelasting 2000 wordt vernietigd.