ECLI:NL:GHLEE:2004:AO4491
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.H.A. Fransen
- F.J.W. Drion
- G.M. van der Meer
- Rechtspraak.nl
Belastingrechtelijke beoordeling van voordeel uit aan- en verkoop boerderij
Belanghebbende, exploitant van een veehandel, werd geconfronteerd met een aanslag inkomstenbelasting over 1999, waarbij het voordeel uit de aan- en verkoop van een boerderij werd belast als inkomen. Na bezwaar en beroep bij het hof werd onderzocht of dit voordeel belastbaar was als winst of als onbelaste vermogenswinst.
Het hof stelde vast dat belanghebbende en een medebelanghebbende aanvankelijk bemiddelden bij de aankoop van de boerderij, maar uiteindelijk zelf eigenaar werden nadat de BV de koopovereenkomst ontbond. Er was geen sprake van bedrijfsmatig gebruik of intentie daartoe door belanghebbende. De aankoopprijs werd vastgesteld met medewerking van een makelaar, wat wijst op een marktconforme waarde.
Belanghebbende voerde aan dat het behaalde voordeel niet voortkwam uit werkzaamheden die verder gingen dan normaal vermogensbeheer. Het hof vond dit overtuigend, mede omdat na aankoop geen waarde verhogende werkzaamheden werden verricht en het zoeken naar een koper met makelaarshulp gebeurde. De inspecteur kon niet overtuigend aantonen dat het voordeel als winst uit arbeid moest worden belast.
Het hof verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de aanslag gedeeltelijk en stelde het belastbare inkomen vast op ƒ 19.147,-. Tevens werd de inspecteur veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan belanghebbende. Hiermee werd bevestigd dat het voordeel niet belastbaar is als winst, maar als onbelaste vermogenswinst.
Uitkomst: Het hof verklaart het beroep gegrond en vermindert de aanslag tot een belastbaar inkomen van ƒ 19.147,-.