ECLI:NL:GHLEE:2004:AO5334
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- Drion
- Fransen
- Van der Meer
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid baatbelastingfase 2 herinrichting binnenstad Leeuwarden
Belanghebbende is eigenaar van een pand in het gebied waar fase 2 van de herinrichting van de binnenstad van Leeuwarden plaatsvond. Op grond van de Verordening baatbelasting 2001 fase 2 werd hem een aanslag van € 931,04 opgelegd. Na bezwaar handhaafde de heffingsambtenaar de aanslag, waarna belanghebbende in beroep ging bij het Gerechtshof.
Belanghebbende voerde aan dat de aanslag onbevoegd was opgelegd, dat het gebied onjuist was begrensd en dat zijn pand niet gebaat was bij de voorzieningen. Tevens stelde hij dat de aanslag niet was ondertekend en dat woningen en kerken ten onrechte buiten de heffing waren gelaten, wat tot willekeur zou leiden.
Het hof oordeelde dat de aanslag bevoegd was opgelegd door de daartoe aangewezen heffingsambtenaar en dat het ontbreken van een handtekening niet tot onbevoegdheid leidde. De begrenzing van het gebied was volgens het hof niet willekeurig en de voorzieningen hadden objectief bezien een verfraaiing van het winkelgebied tot gevolg, waardoor het pand in een voordeligere positie kwam. De uitsluiting van woningen en kerken was gerechtvaardigd omdat deze niet of nauwelijks baat hadden bij de voorzieningen.
Het hof concludeerde dat het beroep ongegrond was en wees het beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak bevestigt de rechtmatigheid van de baatbelastingfase 2 en de wijze van heffing door de gemeente Leeuwarden.
Uitkomst: Het beroep tegen de baatbelastingfase 2 wordt ongegrond verklaard en de aanslag bevestigd.