ECLI:NL:GHLEE:2004:AO5335
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- Drion
- Fransen
- Van der Meer
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid baatbelastingheffing fase 1B gemeente Leeuwarden
Belanghebbende werd aangeslagen voor baatbelasting op grond van de Verordening baatbelasting 2001 fase 1B van de gemeente Leeuwarden. De aanslag betrof een bedrag van € 2.285,43 voor het pand gelegen aan de a-straat 6 te Z. Na bezwaar en handhaving van de aanslag door de heffingsambtenaar, is beroep ingesteld bij het gerechtshof.
Belanghebbende voerde aan dat de aanslag onbevoegd was opgelegd, dat het sectorhoofd Publiekszaken niet bevoegd was tot beslissen op bezwaar, dat de begrenzing van het gebaat gebied niet objectief verdedigbaar was, en dat zijn pand niet was gebaat bij de voorzieningen. Tevens stelde hij dat de voorzieningen onder de publieke verplichting van de gemeente vielen en dat willekeurige belastingheffing plaatsvond door uitsluiting van woningen en kerken.
Het hof oordeelde dat de aanslag bevoegd was opgelegd door de aangewezen heffingsambtenaar, dat het sectorhoofd Publiekszaken bevoegd was tot uitspraak op bezwaar op grond van mandaat, en dat de begrenzing van het gebaat gebied niet tot willekeurige of onredelijke heffing leidde. De voorzieningen waren gericht op verfraaiing van het winkelgebied, waardoor onroerende zaken zoals het pand van belanghebbende objectief waren gebaat. Woningen en kerken werden terecht buiten de heffing gelaten omdat zij niet of nauwelijks baat hadden bij de voorzieningen.
Het hof concludeerde dat het beroep ongegrond was en wees het af. Er werden geen proceskosten aan belanghebbende toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de baatbelastingaanslag wordt ongegrond verklaard en de aanslag bevestigd.