ECLI:NL:GHLEE:2004:AO5338
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- prof. mr. Aardema
- mr. Drion
- mr. Huiskes
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof Leeuwarden beslist over recht op Zalmsnip bij onroerendezaakbelasting 1998-1999
Belanghebbende, eigenaar en gebruiker van een recreatiewoning op Ameland, kreeg voor 1998 en 1999 aanslagen onroerendezaakbelasting zonder toepassing van de Zalmsnip. Hij verzocht om deze vermindering, maar dit werd door het hoofd afdeling Middelen van de gemeente afgewezen. Het bezwaar werd ongegrond verklaard, waarna belanghebbende beroep instelde bij het hof, dat zich onbevoegd verklaarde. Na diverse jurisdictiegeschillen en verwijzingen door de Hoge Raad werd de zaak alsnog door het hof behandeld.
Het geschil betrof de vraag of belanghebbende recht had op de Zalmsnip, een vermindering van ƒ 100 op de belastingaanslag. Het hof stelde vast dat het bezwaar tegen de aanslag 1999 tijdig was ingediend, maar dat het bezwaar tegen 1998 te laat was. Juridisch werd verwezen naar artikel 229d Gemeentewet en de toepasselijke verordening van Ameland. Het hof volgde het arrest van de Hoge Raad van 20 september 2002 en oordeelde dat gemeenten in 1998 en 1999 geen onderscheid mochten maken op basis van inschrijving in de gemeentelijke basisadministratie.
Daarom vernietigde het hof de uitspraak van het hoofd en verklaarde belanghebbende niet-ontvankelijk in het bezwaar over 1998, maar kende de Zalmsnip toe voor 1999, waardoor de aanslag werd verminderd. Tevens werd het betaalde griffierecht aan belanghebbende vergoed. De procedurekosten werden niet aan een partij opgelegd.
Uitkomst: Het hof kent de Zalmsnip toe voor 1999, vermindert de aanslag en verklaart het bezwaar over 1998 niet-ontvankelijk.