ECLI:NL:GHLEE:2004:AO5813
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.J.W. Drion
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt verrekening voorlopige en definitieve aanslag inkomstenbelasting 2000
De belanghebbende diende voor het jaar 2000 een aangifte inkomstenbelasting in met een belastbaar inkomen van ƒ 44.177,--, inclusief een renteaftrek van ƒ 1.014,16. Door een intoetsfout van een belastingambtenaar werd echter een renteaftrek van ƒ 101.416,-- verwerkt, wat leidde tot een onjuist lage voorlopige aanslag en een terugbetaling van ƒ 13.605,-- plus heffingsrente.
Na ontdekking van de fout legde de inspecteur een definitieve aanslag op op basis van het juiste inkomen, waarbij de voorlopige aanslag werd verrekend en de belanghebbende een bedrag van ƒ 12.749,-- moest terugbetalen, vermeerderd met ƒ 586,-- aan heffingsrente. De belanghebbende betwistte de verrekening en de heffingsrente.
Het hof oordeelt dat de verrekening van de voorlopige aanslag met de definitieve aanslag terecht is op grond van artikel 15 van Pro de Algemene wet inzake rijksbelastingen. De heffingsrente is volgens artikel 30h AWR eveneens terecht in rekening gebracht als compensatie voor het niet genoten rentevoordeel. De belanghebbende had de mogelijkheid om tijdig een juiste voorlopige aanslag te verzoeken.
Het hof concludeert dat de inspecteur in zijn recht staat en verklaart het beroep ongegrond. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het gerechtshof verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de verrekening van de voorlopige aanslag met de definitieve aanslag en de heffingsrente.