ECLI:NL:GHLEE:2004:AO6217
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen weigering aftrek werkruimte- en afscheidsreceptiekosten inkomstenbelasting
Belanghebbende, een voormalig universitair hoofddocent die in 2000 gepensioneerd was, voerde kosten op voor een werkruimte in zijn woning en een afscheidsreceptie als aftrekbare beroepskosten in zijn aangifte inkomstenbelasting. De inspecteur weigerde deze aftrek en handhaafde de aanslag. Belanghebbende stelde dat de werkruimte noodzakelijk was voor het afronden van werkzaamheden en voorbereiding op een nieuwe functie als hoogleraar in Duitsland, en dat alleen de kosten van buitenlandse gasten van de afscheidsreceptie in aftrek waren gebracht.
Het hof overwoog dat voor aftrek van werkruimtekosten ten minste 70% van het gezamenlijke inkomen uit arbeid in of vanuit die werkruimte moet zijn verkregen. Belanghebbende had slechts circa 65% van zijn arbeidsinkomen in de werkruimte verworven, waardoor niet aan de eis werd voldaan. Pensioenen worden niet in of vanuit de werkruimte verworven. Ook de voorbereidingsactiviteiten zonder geldelijke beloning rechtvaardigen geen aftrek. De kosten van de afscheidsreceptie, inclusief huur van het restaurant, zijn representatiekosten en niet aftrekbaar, ook niet voor buitenlandse gasten.
Daarom verklaarde het hof het beroep ongegrond en wees het verzoek tot aftrek af. Er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de weigering van aftrek van werkruimte- en afscheidsreceptiekosten wordt ongegrond verklaard.