ECLI:NL:GHLEE:2004:AO6258
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep kort geding
- Mollema
- Meijeringh
- Kuiper
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vonnis kort geding over betalingsachterstand energienota en kabelsignaal bij huurovereenkomst
In deze zaak stond een geschil centraal over de betaling van energienota's en het recht op doorgifte van het kabelsignaal in het kader van een huurovereenkomst. Appellante had betoogd dat zij de aanmaningen van Essent niet had ontvangen, maar dit verweer werd verworpen omdat zij zelf verantwoordelijk was voor tijdige betaling. Het hof stelde vast dat niet was komen vast te staan dat geïntimeerde de aanmaningen had achtergehouden.
Daarnaast erkende het hof dat geïntimeerde de gehuurde woning metterwoon had verlaten op 29 augustus 2003, waardoor zijn belang bij de vordering na beëindiging van de huurovereenkomst was komen te vervallen. Het hof verklaarde hem daarom niet ontvankelijk voor vorderingen na die datum.
Het hof bevestigde verder dat geïntimeerde recht had op het kabelsignaal en dat het staken of dreigen te staken van de doorgifte daarvan verband hield met de niet tijdige betaling van de energienota's door appellante. De vordering van geïntimeerde werd daarom slechts toegewezen voor de periode dat de huurovereenkomst nog bestond.
Ten slotte werd appellante veroordeeld in de kosten van het hoger beroep, en werd het vonnis van de voorzieningenrechter van 15 augustus 2003 bekrachtigd met aanpassingen in het dictum met betrekking tot de periode van de huurovereenkomst.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de voorzieningenrechter en verklaart geïntimeerde niet ontvankelijk voor vorderingen na beëindiging van de huurovereenkomst.