2.1. Belanghebbende is op .. november 19.. in algehele gemeenschap van goederen gehuwd met A. Uit dat huwelijk zijn vier kinderen geboren in respectievelijk 1982, 1985, 1986 en 1990. Op 18 januari 1993 is belanghebbende met zijn gezin vanuit L komen wonen op het adres a-straat 27 te M. Vanwege zijn werkkring (rayonhoofd Waterschap Friesland) is hij contractueel verplicht op dat adres woonachtig te zijn.
2.2. De echtgenote van belanghebbende verhuist met de kinderen op 16 juni 1997 naar het adres a-plein 8 te Z. Vanaf die datum tot 1 september 1999 ontvangt zij van de gemeente Franekeradeel een bijstandsuitkering. Belanghebbende blijft ingeschreven op Terschelling, aanvankelijk op voormeld adres a-straat 27 te M, vanaf 29 september 1999 tot 1 januari 2001 op het adres b-straat 18 te M. Op dat adres was toen woonachtig Mevr. B. Desgevraagd heeft Mevr. B tegenover de inspecteur verklaard dat belanghebbende in die periode niet veel op Terschelling verbleef, maar toen in verband met zijn werkkring meer in N was en dan in Z overnachtte. De post werd nagezonden aan het adres a-weg 5 in Z.
2.3. Op 15 september 1999 verhuist de echtgenote met de kinderen naar de woning a-weg 5 te Z, op welk adres belanghebbende met ingang van 1 januari 2001 ook staat ingeschreven. Deze woning werd door belanghebbende en zijn echtgenote gezamenlijk aangekocht bij akte van 28 juni 1999; de transportakte werd verleden op 27 augustus 1999. Voor de financiering van de aankoop werden door belanghebbende en zijn echtgenote gezamenlijk hypothecaire geldleningen aangegaan. De verschuldigde rente wordt maandelijks afgeschreven van de girorekening van belanghebbende. In koop- en transportakte wordt geen melding gemaakt van na te melden (onder 2.5) scheiding van tafel en bed.
2.4. In de aangiften 1999 en 2000 stelt belanghebbende zich op het standpunt dat de door hem en zijn echtgenote aangekochte woning aan de a-weg 5 in Z een eigen woning is die tot hoofdverblijf dient in de zin van artikel 42a, eerste lid, van de Wet IB'64 (: de wet). Hij geeft het gehele huurwaardeforfait aan en brengt de volledige betaalde hypotheekrente en kosten van geldleningen in aftrek als rente en kosten eigen woning.
2.5. Op 19 maart 1997 spreekt de arrondissementsrechtbank Leeuwarden de scheiding van tafel en bed uit tussen belanghebbende en zijn echtgenote. Aan dat vonnis hebben zij geen bekendheid gegeven en het ook niet in het huwelijksgoederenregister laten inschrijven.
2.6. In het bezwaarschrift tegen de primitieve aanslag IB 1997 (bijlage 6 bij het verweerschrift van de inspecteur) maakt de toenmalige gemachtigde van belanghebbende, C van administratiekantoor D te Terschelling, melding van de noodzaak van aangepast bijzonder onderwijs voor één van de kinderen van belanghebbende, terwijl het oudste kind voorbereidend hoger onderwijs moest gaan volgen. Beide vormen van onderwijs waren slechts mogelijk aan de vaste wal. Om in aanmerking te komen voor vergoedingen voor aangepast onderwijs en voor een gemeentewoning diende men ook in Z te wonen en aldaar ingeschreven te zijn. Omdat het echtpaar voor dat probleem geen oplossing zag, werd rechtskundig advies van de advocaat Mr. E ingewonnen. Deze adviseerde tot scheiding van tafel en bed over te gaan en ook daadwerkelijk alimentatie te betalen. De echtgenote is vervolgens met de kinderen in Z gaan wonen. Belanghebbende bleef op Terschelling om zich in het weekend bij zijn gezin in Z te voegen. "Belanghebbende was en bleef de kostwinner. De gezinsuitgaven worden nu echter vertaald in alimentatie, levensonderhoud van zogenaamde ex-vrouw en het grotendeels onderhouden van zijn minderjarige kinderen".
2.7. Aan de inspecteur heeft belanghebbende gemeld dat hij per 1 januari 2001 naar het adres van zijn echtgenote is verhuisd en met haar weer een gezamenlijke huishouding is gaan voeren.