ECLI:NL:GHLEE:2004:AO7167
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Van der Meer
- Rechtspraak.nl
Arbeidskostenforfait bij inkomsten uit vroegere arbeid en vertrouwensbeginsel in belastingzaak
In deze zaak is in geschil welk arbeidskostenforfait toegepast moet worden op het inkomen van belanghebbende over 1999, dat bestaat uit een WAO-uitkering en een aanvullende uitkering van zijn ex-werkgever. Belanghebbende stelt primair dat het forfait voor inkomsten uit tegenwoordige arbeid moet gelden, omdat hij niet ziek is en werkzaamheden verricht, en subsidiair dat de inspecteur door eerdere toepassing in 1998 gebonden is aan die standpuntbepaling. Tevens voert hij verjaring aan.
Het hof stelt vast dat de WAO-uitkering en de bovenwettelijke aanvulling loon uit vroegere arbeid zijn, omdat deze niet ten nauwste verband houden met actuele arbeid, mede omdat de arbeidsovereenkomst in 1995 is beëindigd. Het schrijven van brieven door belanghebbende kwalificeert niet als tegenwoordige arbeid. De inspecteur heeft daarom terecht het lagere forfait toegepast.
Het beroep op het vertrouwensbeginsel wordt verworpen omdat geen sprake is van een bewuste standpuntbepaling in 1998 en de inspecteur geen verplichting had deze fout te herhalen. Het beroep op verjaring faalt omdat de aanslag tijdig is opgelegd. Het hof verklaart het beroep ongegrond en veroordeelt belanghebbende niet in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en het arbeidskostenforfait voor inkomsten uit vroegere arbeid wordt toegepast.