ECLI:NL:GHLEE:2004:AO7175
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Bloem
- Wachter
- Van Eck
- Rechtspraak.nl
Bevestiging faillissement van appellant ondanks betwisting vorderingen
In deze zaak heeft het gerechtshof Leeuwarden op 7 april 2004 het faillissement van appellant bekrachtigd. Appellant was in eerste aanleg failliet verklaard door de rechtbank Leeuwarden op verzoek van verschillende schuldeisers, waaronder de ABN AMRO bank en de curator in faillissement van twee besloten vennootschappen waarvan appellant directeur was. Appellant betwistte de vorderingen en stelde niet in staat van faillissement te verkeren.
Het hof oordeelde dat summierlijk was gebleken dat appellant daadwerkelijk is opgehouden te betalen, ondanks zijn bereidheid onder voorwaarden tot betaling. De vorderingen van de ABN AMRO bank en de curator waren voldoende onderbouwd, waarbij onder meer rekeningafschriften en jaarrekeningen werden betrokken. De rechtbank had het verzoek om ook de echtgenote van appellant failliet te verklaren afgewezen, en het hof verklaarde de schuldeisers niet-ontvankelijk in hun incidenteel appel tegen die beslissing.
Appellant voerde onder meer aan dat de kredietverhoging van de ABN AMRO bank tijdelijk was en dat fiscale kwalificaties de vorderingen van de curator beïnvloedden, maar deze bezwaren werden niet voldoende geacht om het faillissement te vernietigen. De procedure in hoger beroep bood appellant tevens de gelegenheid om zijn bezwaren te uiten en eventuele onvolkomenheden uit eerste aanleg te herstellen.
De slotsom was dat het faillissement van appellant gehandhaafd bleef en dat het verzoek van appellant om de schuldeisers te veroordelen in de proceskosten werd afgewezen.
Uitkomst: Het faillissement van appellant wordt bekrachtigd en het incidenteel appel van de schuldeisers tegen de echtgenote wordt niet-ontvankelijk verklaard.