ECLI:NL:GHLEE:2004:AO8243
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Dijkstra
- Poelman
- Weenink
- Rechtspraak.nl
Vernietiging beslissing niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet gestelde zekerheidstelling
De betrokkene werd door de kantonrechter niet-ontvankelijk verklaard in zijn beroep tegen een administratieve sanctie omdat hij niet binnen de gestelde termijn zekerheid had gesteld voor betaling. De betrokkene had verzocht om betaling in termijnen vanwege zijn uitkering, wat impliceerde dat hij niet in staat was het volledige bedrag direct te voldoen.
Het hof stelt dat een zekerheidstelling in principe de toegang tot de rechter niet mag belemmeren, tenzij de hoogte ervan gezien de financiële situatie van de betrokkene een ontoelaatbare beperking vormt van het recht op toegang tot de rechter zoals gegarandeerd in art. 6 EVRM Pro. In deze zaak bedroeg de zekerheidstelling €86, wat in beginsel niet onoverkomelijk is.
De kantonrechter had de betrokkene echter niet gewezen op de gevolgen van het niet reageren op het verzoek om een Verklaring omtrent Inkomen en Vermogen, waardoor de betrokkene geen nadere termijn kreeg om alsnog zekerheid te stellen. Dit is in strijd met het vereiste dat de betrokkene in de gelegenheid moet worden gesteld zijn financiële draagkracht toe te lichten en eventueel een aangepaste zekerheid te stellen.
Het hof vernietigt daarom het vonnis van de kantonrechter en wijst de zaak terug voor behandeling waarbij de kantonrechter rekening moet houden met de financiële omstandigheden van de betrokkene en hem zonodig een nadere termijn moet gunnen om zekerheid te stellen.
Uitkomst: De beslissing van de kantonrechter wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor herbeoordeling met inachtneming van de financiële draagkracht van betrokkene.