ECLI:NL:GHLEE:2004:AO8515
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Dijkstra
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beslissing kantonrechter inzake administratieve sanctie snelheidsovertreding ondanks vormverzuimen
Betrokkene kreeg een administratieve sanctie van €92 opgelegd wegens een snelheidsovertreding binnen de bebouwde kom op 18 november 2002. Betrokkene stelde beroep in tegen deze beschikking en voerde aan dat de overtreding niet door hem was begaan. Tevens verzocht hij om toezending van bewijsstukken, waaronder het proces-verbaal en het zaakoverzicht, maar dit verzoek werd door de officier van justitie niet ingewilligd.
De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond zonder betrokkene te horen, terwijl dit volgens de Algemene wet bestuursrecht (Awb) wel had moeten gebeuren, tenzij het beroep kennelijk ongegrond of niet-ontvankelijk was, wat niet het geval was. Ook werd niet voldaan aan de verplichting om stukken ter inzage te leggen en op verzoek toe te zenden, wat schending van vormvoorschriften opleverde.
De kantonrechter verklaarde het beroep ongegrond, maar ging niet expliciet in op de toepassing van art. 6:22 Awb Pro, die bepaalt dat een besluit ondanks schending van vormvoorschriften in stand kan blijven indien de belanghebbende niet is benadeeld. Het hof oordeelde dat de schendingen niet tot vernietiging leiden omdat betrokkene niet is benadeeld: hij was adequaat opgeroepen, stukken lagen ter inzage, en hij of zijn gemachtigde zijn niet verschenen bij de zitting.
Daarnaast constateerde het hof een kennelijke schrijffout in de vermelding van het kenteken in de beslissing van de kantonrechter, die het hof verbeterde. Het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen omdat betrokkene in het ongelijk werd gesteld. Het hof bevestigde de beslissing van de kantonrechter met verbeterde gronden.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de beslissing van de kantonrechter en verklaart het beroep van betrokkene ongegrond ondanks schending van vormvoorschriften.