ECLI:NL:GHLEE:2004:AO8579
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.S. Pruiksma
- F.J.W. Drion
- G.M. van der Meer
- Rechtspraak.nl
Beoordeling navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1990 wegens onvolledige aangifte en omzetverzwijging
Belanghebbende, een standwerker die sinds 1987 zemen, dweilen en vaatdoeken verkocht, kreeg aanvankelijk een aanslag inkomstenbelasting opgelegd over 1990. Na onderzoek en bezwaar legde de inspecteur een navorderingsaanslag op met een hogere belastbare winst en een verhoging van 100%. Het geschil betrof de rechtmatigheid en hoogte van deze aanslag en verhoging.
Het hof stelde vast dat de boekhouding van belanghebbende niet betrouwbaar was door onvolledige kasadministratie, wisselende inkoop- en brutowinstmarges, en een onacceptabel laag privé-kasgeld. Verklaringen van een voormalige partner en een gevonden Atlanta-kasboekje wezen op omzetverzwijging. De inspecteur had de omzet gecorrigeerd op basis van gegevens uit 1987, wat het hof als voldoende onderbouwd beschouwde.
Belanghebbende voerde aan dat de correcties onterecht waren en dat de verhoging onjuist was omdat hij bij strafrechtelijke vervolging vrijgesproken zou zijn. Het hof verwierp deze argumenten, oordeelde dat belanghebbende niet aan zijn bewijslast voldeed en dat de verhoging passend en geboden was. Ook was er geen sprake van overschrijding van de redelijke termijn.
Het hof verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af. De uitspraak bevestigt dat bij onvoldoende en onbetrouwbare administratie de inspecteur de aanslag mag navorderen en een verhoging opleggen.
Uitkomst: Het beroep tegen de navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1990 wordt ongegrond verklaard en de verhoging van 100% blijft in stand.