ECLI:NL:GHLEE:2004:AO9285
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Van der Meer
- Rechtspraak.nl
Huurwaardeforfait bij eigen woning als belastbaar inkomen in inkomstenbelasting
De belanghebbende, eigenaar van een woning die hij zelf bewoont zonder hypotheekschuld, kreeg voor het jaar 2000 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd waarbij het huurwaardeforfait werd meegenomen. Hij stelde dat hij geen inkomsten uit de woning verwerft omdat hij deze zelf bewoont en deze hypotheekvrij is. De inspecteur handhaafde de aanslag. Het gerechtshof oordeelde dat het huurwaardeforfait, dat een waarderingsregel is voor het rendement in natura van woongenot, volgens artikel 42a van de Wet inkomstenbelasting 1964 in aanmerking moet worden genomen bij het bepalen van het belastbaar inkomen. Dit is gebaseerd op het beleggingsaspect van de woning, waarbij het woongenot gelijkgesteld wordt aan huurinkomsten van een verhuurde woning.
Het hof verwierp de stelling van de belanghebbende dat alleen bij aftrekbare hypotheekrente sprake is van een bron van inkomen. De woning stond hem het gehele jaar anders dan tijdelijk als hoofdverblijf ter beschikking, waardoor het huurwaardeforfait als zuivere inkomsten moet worden meegenomen. Wel werd het forfait met ƒ 1,-- verlaagd vanwege een kleine afrondingscorrectie. Daarnaast werd de inspecteur veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
De uitspraak bevestigt dat het woongenot van een eigen woning, ook hypotheekvrij en zelfbewoond, als inkomen wordt beschouwd in de inkomstenbelasting, conform de wettelijke regeling en de wetsgeschiedenis.
Uitkomst: Het gerechtshof verklaart het beroep gegrond en vermindert de aanslag inkomstenbelasting door het huurwaardeforfait in aanmerking te nemen.