ECLI:NL:GHLEE:2004:AO9745
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Dijkstra
- Poelman
- Weenink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid verzet tegen dwangbevel wegens te laat ingediend verzet
De betrokkene stelde verzet in tegen een dwangbevel dat op 7 november 2002 betekend was, maar het verzetschrift werd pas op 28 november 2002 ontvangen, waardoor het te laat was ingediend volgens art. 26, derde lid, WAHV.
Betrokkene voerde aan dat hij door onjuiste adresregistratie en gebrekkige postbezorging het dwangbevel niet tijdig had ontvangen. Hij overhandigde bewijs zoals een huurcontract, correspondentie van de gemeentelijke belastingdienst en foto- en videomateriaal van de situatie ter plaatse. De advocaat-generaal betwistte deze stellingen en stelde dat de post correct was bezorgd in één brievenbus op het adres [adres] 57.
Het hof oordeelde dat de betrokkene onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat betekening niet op de juiste wijze had plaatsgevonden. De stelling dat het verzet te laat was ingediend werd bevestigd, omdat de wetgever slechts uitzonderlijke omstandigheden als grond voor ontvankelijkheid na termijnoverschrijding erkent, welke hier niet waren gebleken.
De overige bezwaren van betrokkene, zoals onjuiste postbezorging voorafgaand aan de betekening, werden niet inhoudelijk behandeld. Wel werd geoordeeld dat executiekosten die na het indienen van het verzet waren gemaakt, ten onrechte als voorwaarde voor ontvankelijkheid in rekening waren gebracht en moesten worden gerestitueerd. De advocaat-generaal werd opgedragen deze bedragen terug te betalen.
De beschikking van de kantonrechter werd bevestigd, het hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard en de kostenveroordeling van de advocaat-generaal werd afgewezen.
Uitkomst: Het verzet tegen het dwangbevel werd niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening, met restitutie van ten onrechte in rekening gebrachte kosten.