ECLI:NL:GHLEE:2004:AP0380
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Dijkstra
- Poelman
- Weenink
- Rechtspraak.nl
Beoordeling redelijke termijn in hoger beroep bestuursrechtelijke verkeerszaak
In deze bestuursrechtelijke verkeerszaak heeft het gerechtshof Leeuwarden het hoger beroep van betrokkene tegen een beslissing van de kantonrechter behandeld. De kantonrechter had het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het beroepschrift niet binnen de wettelijke termijn was ingediend. Het hof bevestigt deze beslissing, maar stelt vast dat de beslissing van de kantonrechter niet aan de gemachtigde van betrokkene was toegezonden, waardoor het verzuim niet aan de gemachtigde kan worden toegerekend.
Het hof heeft zijn eerdere standpunt over de redelijke termijn heroverwogen. Het uitgangspunt dat een zaak binnen 24 maanden moet zijn afgedaan is verlaten. De beoordeling van onredelijke vertraging hangt af van de omstandigheden van het geval, zoals de complexiteit van de zaak en de invloed van betrokkene en diens gemachtigde op het procesverloop. In deze zaak is geen sprake van onredelijke vertraging, mede door de bijzondere relatie tussen betrokkene en gemachtigde.
Verder oordeelt het hof dat de inning van de administratieve sanctie correct is verlopen en dat het bedrag dat ten onrechte is betaald, €35,17, aan de betrokkene moet worden terugbetaald. Het arrest bevestigt de beslissing van de kantonrechter en regelt de restitutie van het betaalde bedrag.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en een bedrag van €35,17 wordt gerestitueerd.