ECLI:NL:GHLEE:2004:AP0409
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- E. Aardema
- G.M. van der Meer
- G.W.B. van Westen
- Rechtspraak.nl
Navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1998 onterecht opgelegd wegens ontbreken nieuw feit
Belanghebbende kreeg een navorderingsaanslag inkomstenbelasting voor 1998 opgelegd, gebaseerd op een belastbaar inkomen van ƒ 7.222,-. Deze aanslag werd gehandhaafd door de inspecteur na bezwaar. Belanghebbende stelde dat het opleggen van de navorderingsaanslag onterecht was, omdat er sprake was van een ambtelijk verzuim en geen nieuw feit. De inspecteur verdedigde de aanslag en stelde dat geen sprake was van ambtelijk verzuim en dat het vertrouwen op een invorderingsvrijstelling niet gerechtvaardigd was.
Het hof oordeelde dat de inspecteur reeds vóór het verstrijken van de navorderingstermijn redelijkerwijs op de hoogte had kunnen zijn van de feiten die tot een aanslag hadden moeten leiden. De gegevens waren immers opgenomen in de aangifte van de echtgenote en tijdig aangeleverd door de verzekeringsmaatschappij. De geautomatiseerde afhandeling van de aangifte kon niet ten nadele van belanghebbende worden gebracht. Er was geen sprake van een nieuw feit dat navordering rechtvaardigde.
Daarom werd de navorderingsaanslag vernietigd, het beroep van belanghebbende gegrond verklaard en de inspecteur veroordeeld tot vergoeding van proceskosten. De Staat der Nederlanden werd aangewezen als de partij die deze kosten moet dragen.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt gegrond verklaard en de navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1998 wordt vernietigd wegens het ontbreken van een nieuw feit.