ECLI:NL:GHLEE:2004:AP1739
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.J.W. Drion
- Rechtspraak.nl
Geschil over WOZ-waarde bedrijfshal per 1 januari 1999
Belanghebbende betwistte de door de heffingsambtenaar vastgestelde WOZ-waarde van zijn bedrijfshal aan de a-straat 17 te L per prijspeildatum 1 januari 1999. De heffingsambtenaar had de waarde vastgesteld op €511.864, later verlaagd naar €484.947. Belanghebbende stelde dat de waarde te hoog was vanwege een te hoge kapitalisatiefactor, relatief lage stichtingskosten, debiteurenrisico, en onvoldoende onderbouwing met huurprijzen van vergelijkbare panden.
De heffingsambtenaar baseerde zijn waarde op een taxatierapport van een gediplomeerd WOZ-taxateur, die de waarde berekende op €484.576. Hierbij werd gebruik gemaakt van een kapitalisatiefactor van 9, een bruto-huur van circa €50.816 per jaar, en een gewenst rendement van 13,1%. Het taxatierapport bevatte vergelijkingspanden en hield rekening met factoren als leegstandsrisico en de aanwezigheid van een verdiepingsvloer.
Het hof oordeelde dat de heffingsambtenaar voldoende aannemelijk had gemaakt dat de gehanteerde huurprijs niet hoger was dan gebruikelijk en dat de taxateur de effecten van lagere stichtingskosten, leegstandsrisico en verdiepingsvloer adequaat had verwerkt. De hogere waarde van de heffingsambtenaar werd niet aannemelijk geacht, zodat de waarde werd verlaagd met €371 tot €484.576.
Daarnaast veroordeelde het hof de gemeente Midden-Drenthe tot vergoeding van de proceskosten van belanghebbende, waaronder reiskosten en verletkosten. Het beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak van de heffingsambtenaar vernietigd en de waarde definitief vastgesteld op €484.576.
Uitkomst: WOZ-waarde van de bedrijfshal wordt vastgesteld op €484.576 en het beroep van belanghebbende wordt gegrond verklaard.