ECLI:NL:GHLEE:2004:AP1833
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Meijeringh
- Zuidema
- Breemhaar
- Streppel
- Rechtspraak.nl
Voorkeursrecht en appartementsrecht na splitsing onroerende zaak
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of een voorkeursrecht tot koop, verleend in een akte van levering, ook van toepassing bleef na splitsing van de onroerende zaak in appartementsrechten. Appellanten hadden een winkelpand verkocht en later gesloopt, waarna zij een nieuw pand met een appartement bouwden. Dit pand werd gesplitst in twee appartementsrechten, waarvan één aan een derde werd verkocht zonder het voorkeursrecht aan geïntimeerden aan te bieden.
Geïntimeerden vorderden betaling van een boete wegens het niet naleven van het voorkeursrecht. De rechtbank had hen in het gelijk gesteld, maar het hof vernietigde deze vonnissen. Het hof stelde dat het voorkeursrecht betrekking had op de oorspronkelijke onroerende zaak en niet op de appartementsrechten na splitsing, mede omdat partijen dit niet zo hadden beoogd.
Het hof oordeelde dat appellanten niet verplicht waren het appartementsrecht aan geïntimeerden aan te bieden en wees de vorderingen af. Tevens veroordeelde het hof geïntimeerden in de kosten van het geding en veroordeelde hen tot terugbetaling van reeds betaalde bedragen aan appellanten, vermeerderd met wettelijke rente.
Uitkomst: Het hof vernietigt de eerdere vonnissen en wijst de vorderingen van geïntimeerden af, met veroordeling in kosten en terugbetaling.