ECLI:NL:GHLEE:2004:AP3806
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Mollema
- Zuidema
- Breemhaar
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over verjaring en rechtmatigheid ontslag op staande voet
In deze zaak stond het ontslag op staande voet van de geïntimeerde door werkgever Alescon centraal. De kantonrechter had het ontslag onregelmatig geoordeeld en Alescon veroordeeld tot doorbetaling van loon met wettelijke verhoging. In hoger beroep wijzigde de geïntimeerde haar eis tot een schadevergoeding wegens onregelmatig of kennelijk onredelijk ontslag, waarmee zij afstand deed van een beroep op nietigheid van het ontslag.
Het hof oordeelde dat deze wijziging van eis niet meer teruggedraaid kon worden en dat de vordering van de geïntimeerde daardoor alleen op de gewijzigde grondslag kon worden beoordeeld. Alescon stelde dat de vordering was verjaard omdat deze niet binnen zes maanden na het einde van de arbeidsovereenkomst was ingesteld, zoals vereist in artikel 7:683 lid 1 BW Pro.
Het hof stelde vast dat de arbeidsovereenkomst op 3 oktober 2002 eindigde en de vordering pas op 10 december 2003 werd ingesteld, ruim na de verjaringstermijn. Daarnaast was voldoende vastgesteld dat de geïntimeerde op het moment van ontslag niet volledig arbeidsongeschikt was en dat het ontslag op staande voet gerechtvaardigd was. Daarom werd de vordering afgewezen en het vonnis van de kantonrechter vernietigd.
De geïntimeerde werd veroordeeld tot terugbetaling van de door Alescon betaalde bedragen en tot betaling van de proceskosten in beide instanties. Het arrest werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De geïntimeerde wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar vorderingen wegens verjaring en veroordeeld tot terugbetaling met rente en proceskosten.