ECLI:NL:GHLEE:2004:AP4848
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- E. Aardema
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aftrekbeperking rente bij aanmerkelijk belang aandelen in inkomstenbelasting
Belanghebbende maakte in zijn aangiften inkomstenbelasting 1999 en 2000 renteaftrek geltend over een schuld aan zijn moeder ter financiering van de bloot eigendom van aanmerkelijkbelang-aandelen. De inspecteur paste de aftrekbeperking van artikel 45, vierde lid, Wet IB toe en wees het bezwaar deels af.
Het geschil betrof of de renteaftrek als persoonlijke verplichting onder de aftrekbeperking valt of als rente ter financiering van aanmerkelijk belang aandelen zonder aftrekbeperking kan worden afgetrokken. Het hof overwoog dat de schuld aan de moeder niet is aangegaan ter financiering van de aandelen, maar voortkomt uit persoonlijke motieven en dat de schuld pas ontstaat na overlijden moeder.
Daarom is de regeling van artikel 20b lid 3 Wet IB juncto artikel 3d Uitvoeringsregeling niet van toepassing. De rente valt derhalve onder de aftrekbeperking van artikel 45 lid 4 Wet Pro IB. Het beroep wordt ongegrond verklaard. Ook de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar 1999 wordt bevestigd, omdat belanghebbende het bezwaar tegen die aanslag niet tijdig kenbaar maakte.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de aanslagen inkomstenbelasting 1999 en 2000 wordt ongegrond verklaard en de aftrekbeperking rente blijft van toepassing.