ECLI:NL:GHLEE:2004:AQ5839
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Mollema
- Meijeringh
- Breemhaar
- Rechtspraak.nl
Vonnis hoger beroep ontbinding huurovereenkomst en herstelkosten woning
In deze civiele procedure stond de ontbinding van een huurovereenkomst tussen Talma en appellant centraal, alsmede de betaling van herstelkosten voor de gehuurde woning. Na een comparitie op 20 april 2004 wijzigde Talma haar eis in hoger beroep door een nadere bepaling van de herstelkosten te vorderen in plaats van herstel in natura.
Appellant stelde dat deze late wijziging in strijd was met de goede procesorde omdat hij onvoldoende gelegenheid had om verweer te voeren tegen de nieuwe vordering en de facturen kritisch te onderzoeken. Het hof oordeelde echter dat deze wijziging niet onaanvaardbaar was, mede omdat de wijziging deels een vermindering en deels een nadere specificatie van de vordering betrof en de facturen tijdig waren toegezonden.
Appellant voerde verder aan dat de herstelkosten beperkt moesten blijven tot materiaalkosten en een gematigd uurloon, en dat niet was aangetoond dat bepaalde posten daadwerkelijk waren gemaakt. Het hof verwierp deze verweren omdat er geen bewijs was dat het uurloon bovenmatig was en appellant onvoldoende had onderbouwd dat herstel niet mogelijk of verantwoord was.
Het hof vernietigde het bestreden vonnis voor zover meer of anders was afgewezen dan de kantonrechter had toegewezen, bekrachtigde het overige en veroordeelde appellant tot betaling van €54.287,52 vermeerderd met wettelijke rente vanaf 8 april 2004. Tevens werd appellant veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Appellant wordt veroordeeld tot betaling van €54.287,52 aan herstelkosten met wettelijke rente vanaf 8 april 2004.