ECLI:NL:GHLEE:2004:AQ6539
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.H.A. Fransen
- G.M. van der Meer
- H. Bakker
- Rechtspraak.nl
Geschil over naheffingsaanslag loonbelasting en onbelaste onkostenvergoedingen
Belanghebbende, eigenaar van een eenmanszaak die later werd omgezet in een BV, kreeg een naheffingsaanslag loonbelasting opgelegd over de jaren 1998 en 1999. De kern van het geschil betrof of de BV als werkgever kon worden aangemerkt, of de betalingen aan werknemers deels als loon moesten worden gezien, en of het juiste tarief was toegepast.
Het hof stelde vast dat de werknemers gedurende de jaren 1996 tot en met 1999 in dienst waren van de eenmanszaak en niet van de BV, ondanks de voorovereenkomst die een overdracht van personeel aan de BV suggereerde. Belanghebbende slaagde er niet in aannemelijk te maken dat afspraken met de inspecteur waren gemaakt over de overgang van personeel of over de hoogte van onbelaste onkostenvergoedingen.
De inspecteur had 50% van de vergoedingen als loon aangemerkt wegens gebrek aan bewijs dat deze vergoedingen noodzakelijk waren voor de kosten ter verwerving van loon. Het hof bevestigde dat belanghebbende niet aan zijn bewijslast had voldaan en dat het toegepaste tarief juist was.
Hoewel de naheffingsaanslag terecht was opgelegd, werd het beroep gegrond verklaard omdat de boete ambtshalve was vernietigd. De inspecteur werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: De naheffingsaanslag loonbelasting is terecht opgelegd, de boete wordt vernietigd en de inspecteur wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.