ECLI:NL:GHLEE:2004:AQ6656
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Mollema
- Zuidema
- Meijeringh
- Rechtspraak.nl
Termijnoverschrijding leidt tot niet-ontvankelijkheid vordering arbeidsovereenkomst
In deze zaak heeft appellante hoger beroep ingesteld tegen een vonnis van de kantonrechter waarin haar vordering werd afgewezen wegens overschrijding van de insteltermijn. De vordering betrof hoofdelijke aansprakelijkheid van geïntimeerde uit hoofde van een arbeidsovereenkomst.
Het hof overwoog dat de termijn van één jaar in artikel 7:663 BW Pro een dwingende vervaltermijn is die ambtshalve door de rechter moet worden toegepast. De ingebrekestelling van 9 januari 2003 door de raadsman van appellante had geen stuitend effect op deze termijn. Omdat de vordering pas op 17 april 2003 werd ingesteld, was deze te laat.
De grieven van appellante werden verworpen en het hof bekrachtigde het vonnis van 26 september 2003. Appellante werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep. Het arrest werd uitgesproken door een enkelvoudige kamer op 11 augustus 2004.
Uitkomst: De vordering van appellante werd niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de wettelijke vervaltermijn.