ECLI:NL:GHLEE:2004:AQ7040

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
28 juni 2004
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
WAHV 04-00384
Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Weenink
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 12 WAHV
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen snelheidsovertreding met aanhangwagen en rechtsongelijkheid

Betrokkene werd administratief gesanctioneerd wegens het overschrijden van de maximumsnelheid met meer dan 25 km/u op een autosnelweg met een voertuig met aanhangwagen. Hij betwistte de overtreding niet, maar stelde dat er sprake was van rechtsongelijkheid omdat radarapparatuur mogelijk niet alle voertuigcombinaties kan detecteren, met name lange vrachtwagens die volgens hem niet worden geflitst.

De kantonrechter verklaarde het beroep ongegrond, maar het hof stelde vast dat de zitting van de kantonrechter niet openbaar was, wat in strijd is met art. 12 WAHV Pro en leidt tot nietigheid van die beslissing. Het hof vernietigde daarom de beslissing van de kantonrechter.

Desondanks oordeelde het hof dat de betrokkene terecht was gesanctioneerd, omdat het enkele feit dat sommige voertuigen niet kunnen worden geflitst geen rechtsongelijkheid oplevert. Het beroep werd daarom alsnog ongegrond verklaard. Het arrest werd uitgesproken in een openbare zitting, waarbij betrokkene niet aanwezig was.

Uitkomst: Het beroep tegen de snelheidsovertreding wordt ongegrond verklaard, ondanks vernietiging van de kantonrechterlijke beslissing wegens schending van openbaarheid zitting.

Uitspraak

WAHV 04/00384
28 juni 2004
CJIB 59056189109
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank te Utrecht
van 9 februari 2004
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [woonplaats].
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Utrecht ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld. Bij het beroepschrift is verzocht om een behandeling ter zitting.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.
De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
De zaak is behandeld ter zitting van 14 juni 2004. De betrokkene is niet verschenen. Als gemachtigde van de advocaat-generaal is verschenen dhr. W.K. Vlietstra.
3. Beoordeling
3.1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van Euro 132,-- opgelegd ter zake van "overschrijding van de maximumsnelheid op autosnelwegen (gedragsregel); meer dan 25 km/h en t/m 30 km/h", welke gedraging zou zijn verricht op 19 oktober 2002 op de Rijksweg A27 - Westbaan in Nieuwegein met het voertuig met kenteken RN-HX-71.
3.2. De betrokkene betwist niet dat hij de gedraging heeft verricht. Hij voert aan dat hij die dag naar de schoonouders van zijn zoon reed om te helpen met appels plukken. Hij reed met een aanhangwagen om een aantal kistjes met appels mee te kunnen nemen om te verkopen voor het goede doel. Hij voert voorts aan dat "vrachtwagens op snelwegen waar 100 km per uur is toegestaan en zij 106 km per uur rijden, niet geflitst worden voor een overtreding van de maximumsnelheid met 26 km per uur. Een flitspaal kan dat gewoonweg niet in Nederland. In België gebeurt dat wel omdat de apparatuur daar ook de lengte meet van het voertuig bij het passeren." (einde citaat). Er is dan ook sprake van rechtsongelijkheid in het vervolgingsbeleid van de overheid bij snelheidsovertredingen. Hij verzoekt om schuldigverklaring zonder strafoplegging.
3.3. Uit het relaas van de verbalisant blijkt dat de gedraging geconstateerd is middels radarapparatuur van het merk Gatso.
3.4. Uit het arrest van de Hoge Raad van 7 september 1999 (VR 2000, 30) blijkt dat het feit dat er mogelijk combinaties van auto's met aanhangwagen niet kunnen worden gedetecteerd door de radarapparatuur, niet betekent dat alle voertuigcombinaties die wel gedetecteerd zijn vrijuit gaan. De omstandigheid, dat blijkens informatie van de advocaat-generaal bij een radarcontrole uitzonderlijk lange vrachtwagens niet gedetecteerd kunnen worden, waardoor geen mogelijkheid bestaat met behulp van fotografische opnamen van dat voertuig een administratieve sanctie op te leggen aan de kentekenhouder, houdt evenmin in dat er sprake is van rechtsongelijkheid. Immers, het enkele feit, dat bepaalde gedragingen wel kunnen worden geconstateerd en andere niet, betekent niet dat voor auto's met en zonder aanhangwagen en vrachtwagens ten aanzien van snelheidsovertredingen als de onderhavige andere normen zouden gelden. Alleen dan zou sprake zijn van schending van het beginsel, dat gelijke gevallen gelijk moeten worden behandeld, wanneer zonder (juridisch) geldige reden ten nadele van de betrokkene zou zijn afgeweken van het met betrekking tot gedragingen als de onderhavige geldende beleid (vgl. HR 11-4-2000, 474-99-V). Gesteld noch gebleken is dat daarvan in casu sprake is. De norm van de ter plaatse geldende maximumsnelheid is jegens de betrokkene onverkort gehandhaafd, en dat is aldus geen afwijking ten nadele van hem ten opzichte van het geldende beleid. Het verweer van de betrokkene faalt derhalve.
3.5. Gelet op het vorenoverwogene zijn er naar het oordeel van het hof geen omstandigheden gebleken van dien aard dat deze het opleggen van de onderhavige administratieve sanctie niet billijken of welke tot matiging van de opgelegde sanctie dienen te leiden. Niettemin komt de bestreden beslissing, gelet op het navolgende, niet voor bevestiging in aanmerking.
3.6. Het proces-verbaal van de zitting van de kantonrechter behelst niet dat deze zitting in het openbaar heeft plaatsgevonden. Voorts nu noch uit de beslissing van de kantonrechter zelf, noch enig ander aan het hof toegezonden stuk blijkt dat de zitting in het openbaar is geschied, moet het ervoor worden gehouden dat de behandeling van de zaak niet op een openbare zitting heeft plaatsgevonden, hetgeen in strijd is met het eerste lid van art. 12 WAHV Pro. Het voorschrift met betrekking tot de openbaarheid van de zitting is voor een goede rechtspleging van zo wezenlijke betekenis dat de niet-naleving daarvan leidt tot nietigheid van de desbetreffende beslissing.
3.7. Het hof zal derhalve de bestreden beslissing weliswaar vernietigen, doch overigens doen hetgeen de kantonrechter ook heeft gedaan, namelijk het beroep ongegrond verklaren.
4. De beslissing
Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep ongegrond.
Dit arrest is gewezen door mr. Weenink, in tegenwoordigheid van mr. Bijma als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.