ECLI:NL:GHLEE:2004:AQ7425
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- Huiskes
- Drion
- Van der Meer
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid van opgelegde vergrijpboete bij navorderingsaanslag inkomstenbelasting 2000
Belanghebbende werd voor het jaar 2000 aanvankelijk aangeslagen op een belastbaar inkomen van ƒ 45.845,-. Na ontvangst van aanvullende rentegegevens van de bank stelde de inspecteur vast dat belanghebbende meer rente had genoten dan aangegeven, met name ƒ 3.484,- aan rente uit de verkoop van spaarbrieven was niet opgegeven. De inspecteur legde daarop een navorderingsaanslag op met een vergrijpboete van 25%.
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de boete, dat door de inspecteur werd afgewezen. Vervolgens werd beroep ingesteld bij het hof. Tijdens de procedure verscheen belanghebbende niet bij de mondelinge behandeling, maar zij handhaafde haar beroepschrift. Het hof oordeelde dat belanghebbende en haar gemachtigde bewust hadden moeten zijn van de noodzaak om de rente aan te geven, mede vanwege het relatief grote bedrag.
Het hof concludeerde dat sprake was van grove schuld door belanghebbende, waardoor de boete terecht was opgelegd. Het beroep werd ongegrond verklaard. Er werden geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vergrijpboete van 25% bij de navorderingsaanslag inkomstenbelasting 2000 wordt ongegrond verklaard.