2. De feiten.
Blijkens de gedingstukken en op grond van het verhandelde ter zitting staat als onbetwist, dan wel onvoldoende betwist, tussen partijen het volgende vast.
2.1. De belanghebbende heeft zich op 19 september 1995 bij de belastingdienst aangemeld als eenmanszaak, handelend onder de naam D. Met deze eenmanszaak richtte de belanghebbende zich op de verkoop en verhuur van auto- en truckbanden. Voor de in het kader daarvan verrichte activiteiten is belanghebbende ondernemer in de zin van de omzetbelastingwetgeving.
Met ingang van 1998 heeft de belanghebbende zijn activiteiten ingebracht in E B.V. (: E). Deze vennootschap is per 20 oktober 1997 opgericht door F B.V. De belanghebbende is feitelijk bestuurder van E.
2.2. Van 1974 tot en met 1997 is de belanghebbende (tevens) in loondienst werkzaam geweest, op het laatst als hoofd afdeling inkoop bij G B.V. In deze functie hield hij zich bezig met de handel in banden. De dienstbetrekking is per 1 januari 1998 door de kantonrechter ontbonden.
2.3. In 1996 is de belanghebbende benaderd door de heer H - die hij reeds kende via G B.V.- met zeer scherpe aanbiedingen voor de koop van autobanden. De nettoprijs die H rekende lag beduidend lager dan de gebruikelijk marktprijs.
2.4. In het onderhavige tijdvak heeft de belanghebbende ter zake van de aankoop van banden onder andere een bedrag van (afgerond) ƒ 500.863,-- aan voorbelasting in aftrek gebracht. Deze voorbelasting was tot 17 april 1997 vermeld op facturen afkomstig van ‘I Co’ (: I) en nadien op facturen afkomstig van ‘J B.V.’ (: J). In deze voorbelasting is een bedrag begrepen van ƒ 46.537,-- zonder dat daar inkoopfacturen aan ten grondslag liggen. I en J waren in het onderhavige tijdvak de belangrijkste, doch niet de enige, leveranciers van de belanghebbende en werden vertegenwoordigd door de heer H, feitelijk woonachtig in Y. De door deze bedrijven op hun facturen vermelde omzetbelasting is nimmer afgedragen.
2.5. In 1997 is het merendeel van de inkoop van I en later van J direct doorverkocht aan afnemers in Duitsland en Engeland. In 1996 is ook geleverd aan binnenlandse afnemers. De banden werden door (of in opdracht van) K GmbH & Co. KG, een te V, Duitsland, gevestigde ondernemer (: K), rechtstreeks vanaf haar adres te Duitsland afgeleverd bij belanghebbendes afnemers. In 1997 leverde de belanghebbende onder toepassing van het nultarief banden aan afnemers in Engeland en Duitsland voor een bedrag van in totaal ƒ 765.964,--. Op de betreffende facturen staat geen btw-identificatienummer vermeld van de afnemers. Ook heeft de belanghebbende op zijn aangifte geen intracommunautaire leveringen vermeld of heeft hij periodieke opgaven gedaan als bedoeld in artikel 37a van de Wet. Nader onderzoek door de inspecteur heeft uitgewezen dat geen van de Engelse afnemers, waarvan belanghebbendes leveringen in de naheffing zijn betrokken, in 1997 intracommunautaire verwervingen van belanghebbende heeft aangegeven.
2.6. Door de belastingdienst zijn meerdere onderzoeken ingesteld bij de belanghebbende en/of E. In maart 1998 is de negatieve aangifte ad ƒ 8.182,-- over de maand januari 1998 gecontroleerd, naar het hof begrijpt bij E. Dit betrof een zgn. startersbezoek. Vervolgens is in januari 1999 de boekhouding over de jaren 1996 tot en met 1998 meegenomen voor nader onderzoek. Dit onderzoek vond plaats naar aanleiding van een vermoeden van betrokkenheid bij carrousselfraude en was een eerste verkennend onderzoek. Omdat de belanghebbende na dit onderzoek een reactie wenste, is de tot de gedingstukken behorende brief van 15 juni 1999 - waarin het systeem van de heffing van omzetbelasting inzake intracommunautaire transacties werd uiteengezet – door de inspecteur aan de belanghebbende gezonden. Tot slot start in november 2000 een derde onderzoek. Dit betreft de voortzetting van het verkennende onderzoek.
2.7. Bij laatstgenoemd boekenonderzoek is onder meer het volgende geconstateerd.
- Belanghebbendes contacten met H verliepen via een mobiel telefoonnummer van H of via de fax/telefoon van K en/of via de fax van hotellocaties. De belanghebbende ontmoette de heer H in hotels. Hij is nooit op een bedrijfsadres van H geweest en hij heeft nooit de telefoon- en faxnummers en rekeningnummers gebruikt die op de facturen van I en/of J stonden voorgedrukt.
- De door I of J gefactureerde banden werden door de belanghebbende (na aflevering bij belanghebbendes afnemers) rechtstreeks betaald op de rekening van K, welk rekeningnummer apart werd vermeld op voornoemde facturen. De belanghebbende heeft zelf nimmer de door hem gekochte banden gezien.
- I is volgens de administratie van de belastingdienst van 6 januari 1998 tot en met 19 januari 1998 (dus na het naheffingstijdvak) ingeschreven geweest op het op de facturen vermelde adres te a-laan 95, W. Volgens de eigenaar/beheerder van deze onroerende zaak is hier nimmer een bedrijf met de naam I Co. gevestigd geweest. Ook is er nimmer post voor I op dit adres ontvangen. Op de facturen van I stond een oud negen-cijferig telefoonnummer vermeld en een faxnummer dat toebehoorde aan L B.V.
- Op het op de facturen van J vermelde adres a-straat 105 te U is een incassobureau gevestigd. J had hier een ruimte gehuurd die nimmer is gebruikt. De post voor J werd door het incassobureau doorgezonden naar Y. Faxen voor J werden verstuurd naar een nummer te Y of te Duitsland. Op het op de facturen vermelde telefoonnummer was bij KPN-telecom geen klant bekend. Het op de facturen vermelde faxnummer van J is nimmer gebruikt.
- Op voornoemde adressen van I en J is het fysiek onmogelijk om containers met banden op te slaan.
- Uit belanghebbendes administratie blijkt niet dat hij - anders dan incidenteel – kosten maakt voor vervoer van de banden en de verzekering daarvan. Ook niet in die gevallen dat hij free on board verkoopt aan zijn afnemers. Bescheiden omtrent het vervoer ontbreken.
- In belanghebbendes administratie zijn niet of nauwelijks bestellingen en/of orderbevestigingen aangetroffen van de bedrijven waaraan hij zijn banden heeft gefactureerd. Wel zijn bescheiden aangetroffen waaruit blijkt dat H rechtstreeks en met medeweten van belanghebbende contact had met zijn afnemers (bijlage 9 en 14 van het verweerschrift). - De administratie van de belanghebbende bevat nauwelijks originele facturen van I en/of J, doch slechts faxen.
- De banden werden veelal rechtstreeks vanuit V geleverd naar belanghebbendes afnemers.
- De op belanghebbendes verkoopfacturen vermelde referentie-nummers van zijn afnemers zijn ongebruikelijk en of onjuist gelet op de tijdspanne/tijdsvolgorde. Ook ten aanzien van de nummering van de inkoopfacturen komt een onjuiste tijdsvolgorde voor. Inkoopfacturen van banden die wel zijn verkocht door belanghebbende ontbreken. Soms vindt inkoop plaats nadat de banden al zijn verkocht en afgeleverd.
2.8. In 1998 ontstond bij de belastingdienst het vermoeden van een carrousselfraude met banden waarbij J betrokken zou zijn. Omdat van J toen geen vestigingsadres kon worden gevonden, heeft er geen inhoudelijke controle plaatsgevonden. De belanghebbende kwam pas in beeld nadat in 1999 door de Duitse autoriteiten bij K een onderzoek was ingesteld. De belanghebbende en E kwamen voor op een lijst van afnemers van Nederlandse bedrijven.
2.9. Bij voornoemd onderzoek bij K is onder andere gebleken dat door K aan de heer H een provisie werd betaald voor de op naam van I en/of J aan de belanghebbende verkochte banden. Bij de berekening van de provisie werd rekening gehouden met de door K gemaakte vervoerskosten voor het transport van de banden (bijlage 1 verweerschrift en bijlage 2 van de op 14 januari 2004 ontvangen reactie van belanghebbende). Ook blijkt uit met name faxen van K aan H dat het vervoer van de banden startte in Duitsland bij K.
2.10. Naar aanleiding van de bevindingen van het bij belanghebbende ingestelde, in november 2000 aangevangen, boekenonderzoek heeft de inspecteur de onderwerpelijke naheffingsaanslag opgelegd. Daarbij heeft hij de onder 2.4 vermelde, door de belanghebbende in aftrek gebrachte voorbelasting, gecorrigeerd en over de onder 2.5 vermelde leveringen ten bedrage van ƒ 765.964,-- 17,5% omzetbelasting nageheven, zijnde ƒ 134.043,--. Het betreft hier transacties tussen belanghebbende en M Ltd., N Ltd., O Ltd., allen te Engeland, en P te Duitsland. Tevens is een verhoging van 50% over de eerstgenoemde correctie en van 25% over de tweede correctie opgelegd.