ECLI:NL:GHLEE:2004:AQ8872
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep kort geding
- Mollema
- Meijeringh
- Kuiper
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof Leeuwarden oordeelt over toepasselijk sociaal verzekeringsrecht en loonbetalingsverplichting tijdens ziekte
In deze zaak staat centraal of tijdens de eerste 52 weken van ziekte de Nederlandse of Duitse sociale verzekeringswetgeving van toepassing is op de arbeidsrelatie tussen appellant en geïntimeerde. Dit heeft directe gevolgen voor de omvang van de aanvullende loonbetalingsverplichting van appellant.
De kantonrechter had in eerste aanleg een voorlopige voorziening toegewezen, maar het hof oordeelt dat de vraag welk sociaal verzekeringsrecht van toepassing is te complex is voor een kort geding. Er is sprake van onduidelijkheid en verdeeldheid tussen Nederlandse en Duitse instanties, mede doordat appellant een Duitse boete heeft gekregen wegens niet afdragen van premies en een E 101-verklaring met terugwerkende kracht is ingetrokken.
Het hof stelt vast dat geïntimeerde aanspraak maakt op 100% loonbetaling conform de Nederlandse CAO voor het bouwbedrijf gedurende het eerste ziektejaar, maar onvoldoende aannemelijk is gemaakt of en in welke mate appellant aanvullende loonbetalingen verschuldigd is, mede vanwege onduidelijkheid over de Duitse uitkering.
Daarom vernietigt het hof het vonnis van de kantonrechter en weigert het de gevorderde voorzieningen. Geïntimeerde wordt veroordeeld in de kosten van de procedure in beide instanties.
Uitkomst: Het Gerechtshof Leeuwarden vernietigt het vonnis van de kantonrechter en weigert de gevorderde voorzieningen.