ECLI:NL:GHLEE:2004:AR2659

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
9 september 2004
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
BK 6/04 Arbeidsongeschiktheidsverzekering Zelfstandigen
Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • E. Aardema
  • M. Haarsma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 WAZArt. 71 WAZArt. 8:75 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling beroep tegen premie arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen

Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de uitspraak van 28 november 2003 inzake de premie voor de arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ). Hij betoogt dat het opleggen van de aanslag onrechtvaardig is omdat hij bij arbeidsongeschiktheid geen uitkering zal ontvangen vanwege zijn vaste inkomen, terwijl hij wel premie betaalt.

De inspecteur heeft het beroep bestreden en verzocht tot bevestiging van de uitspraak. Tijdens de mondelinge behandeling op 17 juni 2004 te Leeuwarden zijn geen nieuwe standpunten ingebracht.

Het hof overweegt dat belanghebbende ingevolge artikel 3, eerste lid WAZ verzekerd is en op grond van artikel 71 WAZ Pro premieplichtig is met recht op uitkering. Het feit dat belanghebbende geen uitkering kan doen gelden, doet hieraan niet af. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.

Het hof ziet geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en bevestigt de uitspraak van de lagere instantie. De beslissing is op 9 september 2004 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

BELASTINGKAMER GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN UITSPRAAK
Kenmerk: BK-04/00006 9 september 2004
Uitspraak van het Gerechtshof te Leeuwarden, eerste enkelvoudige belastingkamer, op het beroep van
X te Z (: de belanghebbende)
tegen de uitspraak van
de voorzitter van het managementteam van de belastingdienst/noord
(: de inspecteur),
gedaan op het bezwaarschrift van belanghebbende tegen de hem opgelegde aan-slag 2002 Premie arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (: WAZ).
1. Het procesverloop:
1.1. Genoemde uitspraak is van 28 november 2003.
1.2. Van deze uitspraak is de belanghebbende bij een op 6 januari 2004 bij het hof binnengekomen beroepschrift in beroep gekomen.
1.3. Het verweerschrift van de inspecteur is op 19 maart 2004 bij het
hof binnengekomen.
1.4. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op de zitting van 17 juni 2004, gehouden te Leeuwarden, alwaar aanwezig waren de belanghebbende alsmede de inspecteur.
1.5. De inspecteur heeft op de zitting haar pleitnota voorgelezen en aan het hof overgelegd.
1.6. Van alle genoemde (en hierna nog te noemen) stukken moet de inhoud als hier ingevoegd worden beschouwd.
2. Het geschil.
2.1. Volgens de belanghebbende is het opleggen van een aanslag onrechtvaardig omdat hij bij een eventuele arbeidsongeschiktheid geen uitkering zal ontvangen vanwege zijn vaste inkomen, terwijl hij wel premie betaalt.
2.2.De inspecteur concludeert tot bevestiging van de uitspraak.
2.3. Voor de overige standpunten van partijen verwijst het hof naar de gedingstukken. Daaraan zijn ter zitting geen nieuwe standpunten toegevoegd.
4. De overwegingen omtrent het geschil.
4.1. Ingevolge artikel 3, eerste lid WAZ is belanghebbende verzekerd ingevolge de WAZ. Derhalve is belanghebbend ingevolge artikel 71 premieplichtig Pro en heeft hij recht op een uitkering.
Daar doet niet aan af dat belanghebbende zoals hij heeft aangevoerd een uitkering niet geldend kan maken.
4.2. Het beroep is gelet op het voorgaande ongegrond.
5. De proceskosten:
Het gerechtshof acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
6. De beslissing.
Het hof:
verklaart het beroep ongegrond.
Gedaan door Prof. mr Aardema, vice-president, voorzitter, lid van de eerste enkelvoudige belastingkamer, in tegenwoordigheid van de heer Haarsma als griffier en in het openbaar uitgesproken te Leeuwarden op 9 september 2004 door de voorzitter, in tegenwoordigheid van de griffier.
De griffier, De voorzitter,
M. Haarsma Prof. mr E. Aardema
Afschrift per aangetekende post
aan partijen verzonden op: 22 september 2004
De griffier van het Gerechtshof
te Leeuwarden.