ECLI:NL:GHLEE:2004:AR3022
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van verzuimboete fosfaataangifte voor intermediaire ondernemingen
Belanghebbende, een vennootschap onder firma, kreeg over het heffingsjaar 1998 een ambtshalve naheffingsaanslag fosfaatheffing opgelegd, inclusief een verzuimboete voor het niet doen van aangifte en het niet betalen van de heffing. Na bezwaar werd de naheffingsaanslag en de boete voor niet betalen verminderd tot nihil, maar de verzuimboete voor het niet doen van aangifte van ƒ 250,-- bleef gehandhaafd.
Belanghebbende voerde aan geen boer te zijn en daarom niet te hoeven verwachten dat deze naheffingsaanslag zou worden opgelegd. Het hof stelde vast dat belanghebbende in 1997 voorlichtingsmateriaal ontving, zich aanmeldde voor deelname aan MINAS en begin 1999 een aangifteformulier ontving. Ondanks herinneringen werd geen aangifte gedaan.
Op grond van de Meststoffenwet en de Algemene wet inzake rijksbelastingen was belanghebbende verplicht de aangifte te doen. De inspecteur handelde niet onredelijk door een aangiftebiljet toe te sturen. De boete voor het niet tijdig doen van aangifte is wettelijk toegestaan en passend. Het hof verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen de verzuimboete voor het niet doen van de fosfaataangifte wordt ongegrond verklaard en de boete gehandhaafd.