ECLI:NL:GHLEE:2004:AR3398
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Boon
- Bax-Stegenga
- Melssen
- Rechtspraak.nl
Schorsing afgifte kind aan biologische ouders in geschil tussen draagouders en wensouders
In deze zaak staat een geschil centraal tussen wensouders en biologische ouders over de afgifte van een kind. De rechtbank had bepaald dat het kind aan de biologische ouders moest worden overgedragen en deze beslissing was uitvoerbaar bij voorraad verklaard. De wensouders verzochten in hoger beroep om schorsing van deze uitvoerbaarverklaring, stellende dat het in het belang van het kind is om de huidige hechtingsrelatie met hen te behouden.
Het hof overwoog dat het belang van het kind voorop staat, zoals ook is neergelegd in het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind en het Burgerlijk Wetboek. Het kind bevindt zich in een cruciale hechtingsfase en een gedwongen overdracht zou leiden tot verstoring van deze hechting en mogelijk tot ernstige emotionele reacties.
Geïntimeerden (biologische ouders) voerden aan dat zij het recht hebben op een gezinsleven met het kind en dat het verzoek tot schorsing misbruik van procesrecht is, maar het hof verwierp dit verweer. Het hof achtte het niet in het belang van het kind om het kind mogelijk tweemaal snel van verzorgers te laten wisselen.
Daarom besloot het hof de uitvoerbaarverklaring bij voorraad van het bevel tot afgifte van het kind aan de biologische ouders te schorsen totdat in de hoofdzaak een definitieve beslissing is genomen.
Uitkomst: De uitvoerbaarverklaring bij voorraad van het bevel tot afgifte van het kind aan de biologische ouders is geschorst vanwege het belang van het kind.