ECLI:NL:GHLEE:2004:AR3439
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geschil over verlaging waardebeschikking onroerendezaakbelasting wegens vervuiling perceel
Belanghebbende was aangeslagen voor onroerendezaakbelasting op basis van een waardegrondslag van €29.109, vastgesteld bij waardebeschikking van 17 juni 2003. Tegen deze aanslag maakte belanghebbende bezwaar, maar de ambtenaar verklaarde het bezwaar ongegrond. Tijdens het beroepsproces stelde de ambtenaar ambtshalve de waardegrondslag met 10% te verlagen naar €26.198 vanwege vervuiling van het perceel bouwgrond, hoewel deze verlaging niet voldeed aan de drempelwaarde voor een nieuwe beschikking volgens artikel 19 van Pro de Wet waardering onroerende zaken.
Het hof overwoog dat de oorspronkelijke waardebeschikking onherroepelijk was geworden omdat belanghebbende geen bezwaar had gemaakt tegen de waarde bij ontvangst, maar dat de ambtshalve verlaging door de ambtenaar in de beroepsfase wel tot vermindering van de aanslag leidde. Het beroep werd gegrond verklaard en de aanslag verminderd naar een aanslag berekend over de lagere heffingsgrondslag van €26.198. Het hof wees proceskostenveroordeling af.
De uitspraak werd gedaan door het Gerechtshof Leeuwarden op 1 oktober 2004, waarbij de ambtenaar werd veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht aan belanghebbende. Het geschil betrof de vraag of een nieuwe waardebeschikking met een lagere waardegrondslag kon worden gegeven na het ontstaan van nieuwe feiten zoals vervuiling.
Uitkomst: De aanslag onroerendezaakbelasting wordt verminderd naar een heffingsgrondslag van €26.198 vanwege ambtshalve verlaging door de ambtenaar.