ECLI:NL:GHLEE:2004:AR5158

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
29 oktober 2004
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
BK 287/04 Inkomstenbelasting
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • Drion
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6.17 Wet inkomstenbelasting 2001Art. 8:75 Algemene wet bestuursrecht
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geen aftrek voor aanschaf elektrische fiets bij ziekte van Parkinson

De belanghebbende, geboren in 1939 en gehuwd, ontving een aanslag inkomstenbelasting over 2001 waarop hij bezwaar maakte. De inspecteur wees het bezwaar af, waarna belanghebbende in beroep ging bij het Gerechtshof Leeuwarden.

De echtgenote van belanghebbende lijdt aan de ziekte van Parkinson en had een elektrische fiets met lage instap aangeschaft. De vraag was of de aanschafkosten van deze fiets aftrekbaar zijn als uitgaven in verband met ziekte en invaliditeit volgens artikel 6.17, onderdeel a, van de Wet inkomstenbelasting 2001.

Het hof overwoog dat voor aftrek vereist is dat het hulpmiddel een bijzondere hoedanigheid heeft en alleen door zieken of invaliden wordt gebruikt, of een gestoorde elementaire lichaamsfunctie kan overnemen. Omdat de fiets niet verschilt van fietsen die door gezonde mensen worden gebruikt, kwalificeert deze niet als een hulpmiddel in de zin van de wet.

Daarom verklaarde het hof het beroep ongegrond. Tevens werden geen proceskosten toegewezen. De uitspraak werd gedaan door raadsheer Drion op 29 oktober 2004 te Leeuwarden.

Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de weigering van aftrek van de kosten van een elektrische fiets is ongegrond verklaard.

Uitspraak

BELASTINGKAMER GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN UITSPRAAK
Kenmerk: BK-04/00287 29 oktober 2004
Uitspraak van het Gerechtshof te Leeuwarden, derde enkelvoudige belastingkamer, op het beroep van
X te Z (: belanghebbende)
tegen de uitspraak van
de inspecteur Belastingdienst/Noord/kantoor Groningen (: de inspec-teur),
gedaan op het bezwaarschrift van belanghebbende tegen de hem opgelegde aan-slag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen voor het jaar 2001.
1. Het procesverloop
1.1. Aan de belanghebbende is met dagtekening 7 juni 2003 een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen 2001 opgelegd.
1.2. Een door belanghebbende tegen deze aanslag tijdig ingediend bezwaarschrift heeft de inspecteur bij uitspraak van 26 februari 2004 afgewezen.
1.3. De belanghebbende is tegen deze uitspraak bij een bij het hof op 30 maart 2004 binnengekomen beroepschrift (met bijlagen) in beroep gekomen.
1.4. Van de inspecteur is op 24 mei 2004 een verweerschrift met bijlagen ontvangen.
1.5. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op de zitting van 27 augustus 2004 , gehouden te Groningen, alwaar zijn verschenen de belanghebbende en de inspecteur.
1.6. Ter zitting heeft de belanghebbende zijn pleitnota voorgelezen waarna hij deze heeft overgelegd.
1.7. Van alle genoemde (en hierna nog te noemen) stukken moet de inhoud als hier ingevoegd worden beschouwd.
2. De feiten.
2.1. De belanghebbende, geboren op 7 oktober 1939, is gehuwd en ontvangt een pensioen van het USZO.
2.2. De echtgenote van belanghebbende lijdt aan de ziekte van Parkinson. In verband daarmee heeft zij een elektrische fiets met lage instap aangeschaft. De fiets is niet speciaal ten behoeve van haar aangepast.
3. Het geschil.
3.1. In geschil is het antwoord op de vraag of de kosten van aanschaf zijn aan te merken als de in artikel 6.17, onderdeel a van de Wet inkomstenbelasting 2001 (: de Wet) bedoelde uitgaven ter zake van ziekte en invaliditeit.
3.2 De belanghebbende beantwoordt deze vraag bevestigend en de inspecteur ontkennend.
3.3. Voor een meer uitvoerige uiteenzetting van de standpunten van partijen verwijst het hof naar de gedingstukken.
3.4. Op de zitting hebben partijen daar niets aan toegevoegd.
4. De overwegingen
4.1. Ingevolge artikel 6.17, aanhef en sub a, van de Wet komen voor aftrek in aanmerking de met ziekte en invaliditeit verband houdende uitgaven voor genees- en heelkundige hulp met inbegrip van farmaceutische en andere hulpmiddelen.
4.2. Voor de kwalificatie van een hulpmiddel is vereist dat het een bijzondere hoedanigheid bezit die meebrengt dat het alleen wordt gebruikt door een zieke en/of invalide personen, dan wel naar zijn aard en omvang een door ziekte of invaliditeit gestoorde elementaire lichaamsfunctie kan overnemen.
4.3 Nu op grond van de feiten niet kan worden aangenomen dat de fiets zich onderscheidt van fietsen die door gezonde mensen worden gebruikt kan de fiets niet als een hulpmiddel in de zin van voormeld wetsartikel worden aangemerkt.
4.4. Het beroep is derhalve ongegrond
5. De proceskosten.
Het hof acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
6. De beslissing.
Het hof:
verklaart het beroep ongegrond;
Gedaan door mr Drion, raadsheer als voorzitter, in tegenwoordigheid van de heer Haarsma als griffier en in het openbaar uitgesproken te Leeuwarden op 29 oktober 2004 , door de voorzitter, in tegenwoordigheid van de griffier.
Afschrift aangetekend aan beide partijen
verzonden op 3 november 2004