ECLI:NL:GHLEE:2004:AR5589
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Mollema
- Meijeringh
- Breemhaar
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep wanprestatie en vrijwaring software BikePlus-systeem
In deze civiele procedure stond de wanprestatie door appellant met betrekking tot het BikePlus-softwarepakket centraal. De overeenkomst tussen partijen, gesloten op 14 juli 1999, bepaalde dat appellant eigenaar bleef van de software en verantwoordelijk was voor noodzakelijke modificaties. Geïntimeerde stelde dat appellant tekort was geschoten, waardoor hij schade leed.
De rechtbank had eerder de vordering van geïntimeerde toegewezen, maar het hof oordeelde dat geïntimeerde onvoldoende bewijs had geleverd voor de gestelde wanprestatie. Het hof verwierp de stelling dat geïntimeerde aanspraak had op de sourcecode, omdat dit niet uit de overeenkomst bleek en doorgaans niet nodig is voor gebruik van software.
Het hof stelde vast dat appellant geen specifieke deskundigheid bezat en dat het logisch was dat hij vragen doorstuurde aan de softwareleverancier. Het rapport van een stagiair, overgelegd door geïntimeerde, werd niet als doorslaggevend erkend vanwege betwisting en onduidelijkheid over deskundigheid.
Daarom vernietigde het hof de eerdere vonnissen en wees de vordering van geïntimeerde af. Geïntimeerde werd veroordeeld in de kosten van de procedure, zowel in eerste aanleg als in hoger beroep. Het arrest werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De vordering van geïntimeerde wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van wanprestatie.