ECLI:NL:GHLEE:2004:AR8314
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- Pruiksma
- Van der Meer
- Bakker
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen naheffingsaanslag omzetbelasting
Belanghebbende werd hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor niet betaalde omzetbelasting door A B.V. over het tijdvak juli 1990 tot maart 1991. Tegen de naheffingsaanslag werd een bezwaarschrift ingediend dat zich uitsluitend richtte tegen de heffingsrente. Pas jaren later werd de hoogte van de omzetbelasting ter discussie gesteld.
De inspecteur verklaarde het bezwaar tegen de omzetbelasting niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de wettelijke termijn van twee maanden. Het hof bevestigt deze beslissing, omdat het oorspronkelijke bezwaar duidelijk alleen betrekking had op de heffingsrente. Latere toevoegingen konden niet als tijdig bezwaar tegen de omzetbelasting worden beschouwd.
Daarnaast oordeelt het hof dat er geen sprake is van schending van het vertrouwensbeginsel door de inspecteur en dat de grieven van belanghebbende niet leiden tot vernietiging van de uitspraak. Het beroep wordt ongegrond verklaard en proceskosten worden niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar tegen de omzetbelasting wordt ongegrond verklaard.