ECLI:NL:GHLEE:2004:AS7587
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Weenink
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van zekerheidstelling en financiële draagkracht in hoger beroep bestuursrechtelijke verkeerszaak
In deze bestuursrechtelijke zaak ging het om het hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter die het beroep van betrokkene tegen een administratieve sanctie wegens een verkeersovertreding niet-ontvankelijk had verklaard. Betrokkene had niet binnen de wettelijke termijn zekerheid gesteld voor betaling van de sanctie en dit verzuim ook niet hersteld.
Betrokkene voerde in hoger beroep aan dat zijn financiële draagkracht onvoldoende was om zekerheid te stellen, en dat dit zijn recht op toegang tot de rechter belemmerde in strijd met artikel 6 EVRM Pro. Hoewel de kantonrechter op de hoogte was van betrokkens financiële situatie uit andere zaken, was betrokkene niet tijdig met dit verweer gekomen in de procedure betreffende deze zaak.
Het hof overwoog dat de kantonrechter niet ambtshalve hoeft over te gaan tot beoordeling van draagkracht op basis van kennis uit andere zaken en dat betrokkene tijdig en gemotiveerd moet aanvoeren waarom zekerheidstelling redelijkerwijs niet van hem kan worden verlangd. Omdat betrokkene dit niet had gedaan binnen de gestelde termijnen, was de niet-ontvankelijkverklaring terecht.
Het hof bevestigde de beslissing van de kantonrechter en zond het beroepschrift door naar de griffier van de rechtbank te 's-Hertogenbosch voor verdere behandeling van een klacht over de wijze van besluitvorming.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van betrokkene wegens het niet tijdig stellen van zekerheid en het niet aantonen van onvoldoende financiële draagkracht.